“Koolstoftax op baby’s”


De laatste decennia zijn we steeds banger geworden. Angst voor ziektes, epidemieën, geweld, misbruik, milieuverontreiniging en terroristische aanslagen overheerst ons wereldbeeld. We gaan steeds obsessiever om met onze veiligheid en onze gezondheid, en laten ons leven in sterke mate bepalen door beperkende en isolerende maatregelen. De Britse socioloog Frank Furedi maakte in zijn provocerend boek ‘Cultuur van angst’ een scherpe analyse van onze hedendaagse ‘angstcultuur’ en  betoogt daarin dat onze hysterische bezorgdheid tot een langzame afbrokkeling van de solidariteit heeft geleid.

 

 

 

In uw boek beschrijft u verschillende hedendaagse trends zoals onze groeiende obsessie voor geweld en misbruik, het medicaliseren van ons dagelijks leven, de slachtofferrol waarin we ons wentelen als nieuwe levenshouding in een wereld die wij met steeds meer angst tegemoet treden. U zegt dat deze trends het gevolg zijn van ons groeiend bewustzijn van de risico’s die het leven met zich meebrengt gecombineerd met het verlies van ons geloof in de mogelijkheden van het menselijke ras. Wat bedoelt u daar precies mee?

Frank Furedi: Historisch gezien hebben we de laatste 200 à 300 jaar verschillende fases doorgemaakt. Soms waren mensen zeer pessimistisch, zoals in het interbellum, soms heerste er optimisme, zoals in de jaren 50-60. Maar er is nog nooit een periode geweest zoals nu, waarin ons gevoel rond het menselijke ras zo negatief is. In de Engelse taal hebben we tegenwoordig uitspraken zoals: ‘human impact on the environment’. Vroeger werd menselijke impact als iets positiefs gezien, nu wordt dat onmiddellijk verbonden met destructie, pollutie, verschrikkelijke zaken. Zelfs het Malthusianisme (*), dat altijd een marginale beweging  was, is nu mainstream geworden. In Australië bijvoorbeeld werd een voorstel ingediend om een koolstoftax op nieuwe baby’s uit te vaardigen. Een nieuwe baby bekijken wij gewoonlijk als iets dat we liefhebben en knuffelen. Nu denken we: ‘hier is een nieuwe vervuiler.’ Als je zo een misantropische, negatieve kijk hebt op de mensheid, dan verliezen we niet enkel het vertrouwen in onze mogelijkheden om te handelen, maar dan worden we ook achterdochtig en wantrouwig. En dan wordt onze basis voor solidariteit erg zwak. Dat is sinds de jaren 70 gradueel gegroeid en het laatste decennium heel sterk geworden.

Hoe komt het dat deze processen zich hebben voorgedaan? Is het de globalisering, de welvaart, het individualisme of de sterk gestegen populatie in de wereld?

Frank Furedi: Geen van deze. Ik denk dat het te maken heeft met onze teleurstelling in de vele beloften van de moderne maatschappij. Het geloof in het socialisme bijvoorbeeld heeft geleid tot cynisme, het geloof in de welvaartstaat heeft mensen cynisch gemaakt over de mogelijkheden van de staat. Ook tegen wetenschap en technologie is er sinds de jaren 70 een sterke tegenreactie ontstaan. In de jaren 60, 70 en vroege jaren 80 zijn vele sociale experimenten mislukt. Tegelijkertijd zijn we ook ons geloof in het menselijk potentieel kwijtgeraakt. Het gevolg daarvan is dat alle seculiere, en ook religieuze, politieke alternatieven instortten en minder toekomstgericht werden. Wat we vandaag missen, is een toekomstvisie.

Is het niet normaal dat mensen teleurgesteld raken als de waarheid achterwege blijft, als de informatie die zij ontvangen van autoriteiten, wetenschap, … achteraf niet correct blijkt te zijn? Ik verwijs daarbij naar het gebruik van DDT of de kernramp in Tsjernobyl, waar heel wat kennis rond de situatie achter werd gehouden voor het publiek. Misschien is het wel logisch dat mensen nadien bang worden voor de wetenschap.

Frank Furedi: In de eerste plaats moet je een onderscheid  maken tussen kennis en hoe we die interpreteren. Honderdvijftig jaar geleden wist men nog niet wat bloedgroepen waren, veel mensen overleden dus nog aan een bloedtransfusie. Maar dat was toen geen reden om te stoppen met het geven van bloedtransfusies. Je gaat immers door verschillende fases met een experiment en je vindt nieuwe, meer doeltreffende manieren om de techniek of het medicijn toe te passen. Bij DDT hebben we ook slechte neveneffecten ontdekt, maar toch is het product nog zeer belangrijk om malaria in Afrika onder controle te houden. Als we daar abrupt zouden stoppen met het gebruik van DDT, zou het aantal malariapatiënten en sterfgevallen door malaria enorm stijgen. De kernramp van Tsjernobyl kan je ook helemaal anders bekijken, want wij hebben die geïnterpreteerd als een apocalyptische catastrofe, terwijl het aantal doden vergelijkbaar is met het aantal doden bij mijnrampen in Europa. De  informatiemaatschappij en kennis zijn briljante zaken. Hoe meer feiten, hoe beter. Maar de moeilijkheid ligt in het interpreteren van die feiten, de betekenis die wij eraan geven. Tegenwoordig lijkt het wel alsof we bang zijn geworden om betekenis te geven aan nieuwe ontwikkelingen in de wetenschap  en daarom zeggen we vaak al op voorhand ‘nee’. Het is gemakkelijker om innovatie te weigeren. Het is gemakkelijker om te zeggen dat wetenschap voorloopt op de wereld en dat we er dus beter mee stoppen.

De Sloveense filosoof Slavoj Zizek stelt dat de Westerse mens lijdt aan pathologisch narcisme. We reageren overgevoelig op alles en iedereen die onze narcistische balans zou kunnen wijzigen. Hij citeert daarbij ook psychoanalist Lacan: “Als God niet bestaat, is alles verboden.” Dus omdat God niet bestaat, eisen we te veel van onszelf. We moeten de hele tijd gelukkig, succesvol en gezond zijn, anders voelen we ons schuldig. Anders gezegd: “Alles is toegestaan, daarom is alles verboden.” Wat denkt u van deze verklaring?

Frank Furedi: Zijn stelling bevat aspecten die overeenkomen met de realiteit, maar ik zie het toch een beetje anders. We zijn geobsedeerd door geluk en we verankeren narcisme in onze kinderen omdat we ons niet goed voelen in ons vel en omdat we een radicale nieuwe definitie van het concept ‘persoonlijkheid’ hebben uitgevonden. Als je tegenwoordig naar psychologische literatuur kijkt, lijkt mentale ziekte normaal, lijkt het ook normaal dat kinderen getraumatiseerd zijn. We hebben zelfs een nieuwe taal ontwikkeld om deze dingen te beschrijven. In Engeland zeggen we ‘children scarred for life’  (kinderen getekend voor het leven) als we het hebben over relatief kleine episodes van pijn. Momenten van verdriet worden door de psychologie tegenwoordig zo uitvergroot dat een kind die een moeilijke ervaring meemaakt meteen een levenslange gevangenisstraf lijkt te moeten uitzitten. Deze systematische devaluatie van het menselijk potentieel leidt ertoe dat we extreem conservatief worden in onze verbeelding. We houden ons ook enorm in tegenover elkaar. We gaan niet tegen iemand zeggen: “wat je zegt, is heel dom”. We gaan zeggen: “wat je zegt, is uitdagend”. De wereld rondom ons is niet fundamenteel veranderd, alleen de manier waarop we de menselijke ervaring interpreteren is veranderd, de manier waarop we interpreteren wat een individu is. Maar dit is niet onomkeerbaar.

Van de relschoppers die in augustus het VK in rep en roer zetten, wordt gezegd dat ze gedreven worden door hebzucht, dat het verwende jongetjes zijn die zonder echte redenen mensen en gebouwen aanvallen. Is dit ook een gevolg van die medicalisering van de mens?

Frank Furedi: Ik denk het wel. De manier waarop deze zaken worden geïnterpreteerd is heel lui. In het Verenigd Koninkrijk is de politieke correcte verklaring voor de rellen dat we in een hebzuchtige samenleving leven. Hebzucht is een mentale pathologie, een verslaving om goederen te consumeren. Terwijl er ook een andere, heel logische, verklaring bestaat. In Engeland heb je gemeenschappen die enorm gedesintegreerd zijn. Jonge mensen in het bijzonder, maar ook andere mensen, zijn niet betrokken bij hun eigen gemeenschap, die heel erg versplinterd en geïndividualiseerd is. Deze mensen zijn ontdaan van elke mogelijkheid om te handelen volgens hun eigen zelfbeschikking. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in zulke gemeenschappen een recreatieve houding bestaat tegenover geweld. Als ik in diezelfde omstandigheden zou moeten leven, zou ik wellicht hetzelfde doen. Als je absoluut geen onafhankelijkheidsgevoel ervaart, als je bijna gecultiveerd wordt om zo’n tekort aan een ‘zelf’ te construeren, dan krijg je zo’n attitude tegenover de orde, de gemeenschap en andere mensen.

U zegt dat wanneer angst en wantrouwen groeien mensen sneller kiezen voor rechtse partijen? Zien we dat vandaag in Europa gebeuren?

Frank Furedi: Ik accepteer het onderscheid tussen rechts en links op de oude manier niet noodzakelijk. Er zijn plaatsen waar dat wel zo is, maar niet overal. Ik ben Hongaars en in Hongarije waren er verschrikkelijke reactionaire, bijna fascistische rechtse partijen, die ongeveer 60% van de stemmen haalden. Dat had te maken met de historische nalatenschap van de jaren30 inde Oost-Europese maatschappij. Het Nederlandse voorbeeld zou ik ook niet rechts noemen, hoewel ze een aantal beleidslijnen volgen die soms geassocieerd worden met rechts. Historisch gezien was de linkse partij ook de partij van de anti-immigratie. Tegenwoordig is de situatie in Europa helemaal anders, links en rechts lopen door elkaar. Het echte probleem is dat de angsten van alledag, vooral de onzekerheid die mensen ervaren tegenover hun leven, amper besproken worden door de politieke klasse of door de media, op een manier die voor de mensen iets betekent. Daarom zullen ze zich richten tot de politieke partijen die wel naar hen lijken te luisteren.

Verscheidene groeperingen gebruiken de angst in onze maatschappij om macht te vergaren of winsten te boeken. Hoe kunnen we ons tegen hen verzetten?

Frank Furedi: Mensen zoals ik, en andere intellectuelen, zouden een culturele oorlog moeten voeren tegen sommige van deze angsten en een meer ruimdenkende, liberale, toekomstgerichte visie ontwikkelen. Tolerantie moet daarin een prominente plaats krijgen. We hebben alles een beetje afgesloten nu. We leven in een wereld waarin pornografie floreert als nooit tevoren en tezelfdertijd hanteren we in ons dagelijks leven puriteinse idealen. Daar ligt onze uitdaging. Zelf probeer ik te discussiëren met jonge mensen, want zij zijn de toekomst. Zij hebben de potentie om idealistisch te zijn en zichzelf ernstig te nemen, om zaken niet te aanvaarden zoals ze zijn. We moeten hen vertrouwen inboezemen zodat ze zich door deze bedreigingen niet laten overweldigen maar de gelegenheid aangrijpen. Ook zij kunnen, net zoals andere generaties in de geschiedenis, hun eigen weg vinden.

Gelooft u dat politiek deze evolutie nog kan veranderen?

Frank Furedi: Ik zei nog tegen mijn vrouw dat ik het jammer vind dat ik nu geen 25 ben, want dit is het uitgelezen moment om een politieke partij op te richten. Er zijn namelijk veel mensen die weten dat het partijbestel nu heel beperkt en technocratisch is, vaak ook zeer oneerlijk, en er is echt een behoefte aan nieuw idealisme. Zelfs als je niets anders doet dan op een eerlijke manier praten over de actuele problemen, is dat al een stap in de goede richting. We moeten wel de taal van de 21ste eeuw hanteren. We kunnen niet terug naar de oude politieke oplossingen. We moeten een nieuwe balans zoeken tussen ruimdenkende, liberale onafhankelijkheid en sociale solidariteit. Een balans tussen individu’s die de capaciteit hebben om hun eigen toekomst te bepalen terwijl ze tegelijk ook begrijpen dat ze onderdeel uitmaken van een samenleving. Solidariteit is cruciaal.

Denkt u dat hier een taak is weggelegd voor de linkse partijen, voor wie solidariteit en gemeenschapszin de idealen van dienst zijn.

Frank Furedi: Ik beschouw mijzelf historisch links. Ik weet voor welke kant ik zou kiezen in de Spaanse revolutie. Vandaag zijn veel van de linkse partijen technocratisch. Met links wordt vaak ‘staatsinterventie’ bedoeld. Dat is goed bedoeld maar ze zwakken er de capaciteit van mensen om op elkaar te steunen voor solidariteit mee af. De linkse partijen zijn soms even slecht als de rechtse in het creëren van de omstandigheden waarin we leven. Je hebt gelijk als je zegt dat klassieke linkse idealen degene zijn die we nu opnieuw moeten creëren, maar ik denk niet dat deze partijen het zullen doen. Want als het erop aan komt, vertrouwen ze op public relations en op experts en technocraten in plaats van naar de mensen te luisteren. Ze zijn heel paternalistisch. Ze denken dat de gewone arbeiders heel dom zijn, ze denken dat het racisten zijn die hun echtgenotes slaan en hun kinderen vermoorden. Zij geloven zelf niet meer dat mensen warmhartige wezens zijn en dat zie ik zowel in Engeland als in België. Daarmee wil ik niet zeggen dat de rechtse partijen een goed alternatief zijn. Daarom is het belangrijk te zien wat wij kunnen doen om nieuwe alternatieven te bouwen, die niet in die val trappen, die niet diezelfde situatie, waar we nu al inzitten, opnieuw creëren.

Er moeten nieuwe partijen ontstaan.

Frank Furedi: Uiteraard. Nieuwe bewegingen zijn echt belangrijk, geen sociale netwerksites, maar echte bewegingen waar mensen elkaar zien en aanraken en waar ze ook echt samenwerken.

(*)Leer van de Engelse econoom Malthus die wijst op de noodzaak van geboortenbeperking o.a. door later te huwen en/of kunstmatige geboortenbeperking. De reden van deze noodzaak is dat de aantallen mensen harder toenemen dan de daarvoor benodigde voedingsmiddelen.

Dit interview is verschenen in DNG, het driemaandelijks tijdschrift van het Vermeylenfonds (lidgeld: 10 euro).
‘Cultuur van angst’ van Frank Furedi is uitgegeven door Uitgeverij Meulenhoff (2006). Kostprijs: 15.95 euro

Interview en tekst: Caroline De Neve

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Cultuur, Literatuur

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s