Beschouwingen, door Jan Ducheyne.

Het is een vorm van schrijven. Niet schrijven, tot het eruit komt. Op een onbewaakt moment, op een hete zomeravond in mei, na een weekend op het strand van Oostende en het lezen van kranten, en dan vooral het magazine van de Standaard dat over schoonheid handelde en waar zoveel tenen krullende momenten als een niet te ontwijken spervuur op mijn sentimenten werkte. Een man die het had over zijn horloge die een stuk was dat hij had ‘gevonden’ en dat eruit zag als een armband, waarna hij eraan toevoegde dat dit ook zo hoort en dat een accessoire wel mocht opvallen… Nog tal van opgeblazen zever in datzelfde magazine, waardoor ik me innerlijk steeds meer Marc Didden begon te voelen. Dan zijn er de talrijke momenten in het dagdagelijkse leven waar mensen zo hoog oplopen met zichzelf dat ze alle gevoel voor humor en ware schoonheid ontberen. Het moment waarop ik mij dus ga generen of net baldadig word doordat ik dat wel heel sterk aanvoel en tot mijn eigen scha en schande in de praktijk tot uitvoering wens te brengen. Ik doe dit in mijn werk als treinbegeleider door ontwrichtende grapjes te maken zoals de eenvoudige zinsnede ‘wenst u gecontroleerd te worden of vindt u wat u momenteel aan het lezen bent ook interessanter?’ Waarna men antwoordt met ‘wat een rare vraag is dat nu?’ en zijn abonnement bovenhaalt. Ik lach dan wat meewarig of zeg ‘te laat’ en ga mijn weg. Dit hangt allemaal af van de energie die ik op dat moment over heb om mij in de gegeven situatie te handhaven, waarbij ik één factor niet uit het oog verlies en dat is de eigenwaarde. Dicht bij jezelf blijven ondanks het feit dat ik me elke dag dat ik op die trein in dat uniform rond loop, een rolletje speel dat eigenlijk heel ver van mijn persoon afstaat. Ik heb me echter de basis van deze vrij monotone job eigen gemaakt en nu kan ik er freewheelend de grenzen vanop zoeken. Wat ik ten volle doe.

Maar het is niet enkel tijdens deze job dat ik mezelf op afwijkend gedrag betrap. Het is ook zo in het dagelijkse leven, pakweg tijdens de vrije tijd, neem nu mensen die je en passant tegenkomt. Laat ons zeggen vrienden of lieven van verre kennissen. Bijvoorbeeld die vriendin van die gast die je één keer in het jaar ziet die me aanraadde om goed voor mijn vriendin te zorgen nadat ik haar en haar vriend (mijn kennis) terloops had verteld dat mijn vriendin zwanger was van een tweeling. Als zo’n mensen (en misschien moet ik de dame in kwestie even schetsen : het type dat je blijft aankijken met de grootst mogelijke scepsis en denkt van zichzelf dat zij het allemaal begrepen heeft en bovendien de koningin van de wereld is) mij dan in alle leegte van een dergelijke mededeling zeggen dat ik goed voor mijn vriendin dien te zorgen, dan kan ik het niet laten haar te zeggen dat het gedaan is tussen mij en mijn lief. Om dan even de verwarring zijn intrede te laten doen, waarna ik vijf seconden later zeg dat het maar om te lachen is. En dan groet ik beleefd en ga ik weg. Mensen die pintjes bestellen voor je gewoon omdat ze altijd voor iedereen pintjes bestellen, zelfs al kunnen ze je niet verdragen en zie je dat in hun ogen. Wat moet je daarmee? Moedeloos worden? Ach neen, maar steeds sneller ga ik naar huis. Zeker zonder een pintje terug te betalen. Ik drink ze soms zelfs niet uit. Niet uit principe, gewoon, omdat elk pintje dat je krijgt uitdrinken omdat je het nu eenmaal gekregen hebt ook zo’n domme handeling kan zijn. Ben ik teleurgesteld? Wel neen, ik observeer, klasseer, schrijf voortdurend in mijn hoofd en ga verder. Tussen alles door, tussen alle snelheid van leven in, zet ik mijn gsm af, laat ik na mails te beantwoorden, blijf ik fietsen zonder rijbewijs, tracht ik met iedereen te praten waarvan ik merk dat ze dat met mij wensen te doen, glijd ik uit op droge grond, stel ik vast dat rood nog steeds de kleur van de liefde is, heb ik mijn eigen fantasmen, met en zonder franjes…
En tenslotte schrijf ik een gedicht, als een soort uiting van een gedachte, zo gekristalliseerd mogelijk, maar wel verstaanbaar en vooral bedoeld voor mensen die me vervolgens aanspreken en zeggen dat ze nooit poëzie lezen, of na een optreden, nooit naar poëzie luisteren maar wel van het mijne hebben genoten. Dat is dan mijn betrachting. Dit is zo’n gedicht :

Een lentedag met opties

door Jan Ducheyne op dinsdag 29 juni 2012 ·

Boven alles,
Boven alles ben ik gezegend, breekbaar en
uitgelaten omwille van de liefde.

Maar dat valt niet zo op.
Want daar bovenop ben ik zowaar kwaad.
Kwaad op alle mensen die gazetten navertellen
en me niet eens horen, laat staan verstaan,
als ik

in mijn antwoord
op hun ‘copy & paste’- praat.
ironie als een 
dagelijkse splinterbom
in mijn eigen zak tot ontploffing breng.

Echt?
Is dat zo?
Bevestiging.
Capitulatie,
en een eenvoudige hoofdknik.
En hop,  patatten
schillen op hoofden vol boter.

(De kloefekappers en  loze vissers
naar lege repliek
vullen steeds meer met 
botte bijlen en hengels zonder aas
elk door nuance verlicht portiek
vanop de kaaien der leegheid.)

Ik noteer :

Kwaad door de hysterie waar
men zo graag in mee stroomt.
De bellenblazende blubber  waar
men bij gebrek aan inspiratie en beter,

zichzelf

mee opvullen tracht als zo’n mottig
kussen met bollen wattenbrol
waar je hoofd nooit goed op liggen kan.
(of weet ik veel wàt ,
zelfs beeldspraak ontbeert kwaliteit tegenwoordig )

En ik lig wakker van de vraag waarom
ik mee hos, waarom ik opsta,
en perfect op tijd in treinen stap,
in de rij sta omdat ik toch elke dag weer honger
blijk te hebben.
En ontvang, koop, betaal,
en in al onze overvloed
altijd weer tekort kom,
waarna ik de laatste tonijn bestel
als ware het een zelf verzonnen bagatel.

Ik vraag me steeds meer af
waarom ik niet elke dag luid schreeuwend
de straat oploop en het aan iedereen
duidelijk tracht te maken
dat ze ook beter elke dag luid
schreeuwend… 

zouden kunnen beginnen…
met zich ook maar iets af te vragen…

Maar dat ik geen schreeuwer ben.
Maar wel moe van het niet schreeuwen.
Duizend gedachten tracht te ordenen
en daardoor als verstrooid te boek sta.

En dat het me zo vaak teveel wordt,
zonder dat er ook maar
één kruimeltje uit mijn broodzak
der ergernis niet in al zijn
droogheid van twee dagen oud
wordt doorgeslikt met een beetje
onbesmet water.

En dat men niet zit te wachten.
Maar door wil.
Verder.
Vooruit.
Op reis.
Al is het maar
In gedachten,
voor de schijn,
voor de goeie vrede,
omdat het leven al moeilijk genoeg is,
en dat pamperrekeningen nog geen zo’n slecht idee zijn,
want.. men weet dan tenminste wat te geven.
En dat men daar content mee is.
Beter dat dan een kleedje dat
te lang blijft liggen in het pakje
en zo te klein wordt van maat,
omdat het bezoek er maar niet van komt…
 En dat ik me daar niet druk in
maken mag.
Binnenkort is dat niet goed
voor mijn hart,
wellicht.

Dat schoonheid en menselijkheid
nu eenmaal niet altijd de juiste timing
of return met
zich meebrengen.

En dat klaagzangen als deze
nooit
hits van pakweg CloClo
naar de kroon
van het vertier zullen steken,
en dat zoiets wel veel zegt…

‘Alexandrie, Alexandra!’

Nog even.

Beeldvorming is van deze tijd.
De gekken.
Zij die het verliezen.
Die als door de laars gods geschopt
de cymbalen van de geest tegen elkaar ploffend,
luidkeels zingend of roepend over straat lopen…
Waanzinnig ontvormend.
En na deze uitbarstingen, hun tristesse,
die al wat van hen rest achteloos uitbraakt.
 En hoe ze met hun eigen kots vervloeien.
In en achter hun koffiebeker.
 En dat ik kwaad ben
Ook dat nog te moeten aanschouwen.

En dat woorden zichzelf evenzeer onthoofden als
ze schreeuwend van wanhoop
op zoek gaan naar de snel dovende oren 
 in dit zich wereldwijd sluitende web.

En dat het tijd is
voor iets als…
een Lentedag met Opties.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Literatuur

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s