Manifesta 9: graven in de moderniteit

De Belgische kunstliefhebber wordt dit jaar extra verwend met een uitzonderlijk rijk aanbod in eigen land. Drie evenementen overstijgen het nationale niveau en rechtvaardigen de verplaatsing daarnaartoe. Beaufort, de triënnale voor hedendaagse kunst aan zee, is ondertussen aan haar vierde editie toe, en biedt met haar evenwichtige selectie van nationale en internationale kunstenaars  ook aan niet-zonnekloppers een valabele reden om onze kuststreek te bezoeken. TRACK, het Gentse kunstevenement, nodigt het publiek uit het stadscentrum historisch, architecturaal, cultureel en mentaal te gaan verkennen. Sommige criticasters bestempelen het evenement als veredelde citymarketing, maar dat mag een mens niet tegenhouden om eens door de stad der stroppendragers te struinen en en passant ook even Sint-Baafs binnen te lopen.  Van de drie evenementen die dingen naar internationale aandacht is het evenwel het Limburgse evenement dat de hoofdvogel afschiet.  In Genk strijkt immers de reizende internationale biënnale Manifesta neer, één van de meest gerenommeerde kunstevenementen in Europa.

Manifesta, gericht op de dialoog tussen kunst en samenleving in Europa , is een op de lokale gemeenschap geënt project  en gaat bewust op zoek naar gebieden die volop in ontwikkeling zijn. Twee jaar geleden was het kunstplatform om die reden beland in Murcia, een oude Moorse stad en tevens hoofdstad van de gelijknamige regio. Voor de 9de editie werd Genk uitgekozen, een stad die zijn industrieel erfgoed op een intelligente manier koestert en de afgelopen jaren reeds bewezen heeft dat de reconversie van de mijnsites een verhaal is van opgelijste opportuniteiten en aangegrepen kansen.  

De naam van de tentoonstelling, The Deep of the Modern, valt zeer letterlijk te nemen.  De geschiedenis en de impact van de mijnbouw wordt rechtstreeks in verband gebracht met het modernistisch project van de 19de en 20ste eeuw. De teleologie van de moderniteit bleek uiteindelijk te berusten op wankele premissen en als een reus op lemen voeten stuikte het project dan ook in elkaar. De flirt met het postmoderne relativisme ten spijt blijft de moderniteit echter meer opwekken dan alleen maar nostalgie. Met koningen gaat het ook zo, de moderniteit is dood, lang leve de moderniteit. De gedachte dat mens en maatschappij maakbaar worden geacht,  houdt stand als verboden vrucht en zet de mensen aan tot dadendrang. Hoe illustratief voor dit alles de evolutie van Waterschei.  Eeuwenlang een arm Kempens heidegebied, werd Waterschei in het begin van de 20ste eeuw één van de zeven mijnzetels uit het Kempens steenkoolbekken.  De drie Genkse mijnsites, Waterschei,  Zwartberg en Winterslag, maakten Genk al snel tot één van Vlaanderens belangrijkste industriekernen.  De sluiting van de mijnen zorgde dan ook voor de nodige sociale onrust en dwong de regio tot een intensieve herbronning. De tentoonstelling op de mijnsite van Waterschei is wat dat betreft illustratief voor de bloeiende dynamiek die de reconversie aldaar teweeg heeft gebracht.

Het mijngebouw André Dumont, opgebouwd in  art decostijl, is zelf één van de sterren van de tentoonstelling.  Het historisch monument ademt een complex verleden uit en is de ideale locatie om deze reizende biënnale in te huisvesten.  De Mexicaanse curator Cuauhtémoc Medina heeft optimaal gebruik gemaakt van de mogelijkheden die de site te bieden heeft. Op een doordachte en diepgravende manier  verwerkt hij de sociaal-economische geschiedenis in de tentoonstelling, niet alleen door  een apart historisch luik in de tentoonstelling te incorporeren, maar ook door deze historische context als rode draad voor het kunstluik van de tentoonstelling te hanteren. Zelf omschrijft hij zijn bedoeling als volgt: “Terwijl ik oude mijnsites in Limburg bezocht en de lokale organisaties en personen ontmoette die de herinnering en het erfgoed van de Kempense mijnstreek willen bewaren, voelde ik de behoefte om de relatie tussen de hedendaagse kunstproductie en het bewustzijn van de historiciteit van de kapitalistische modernisatie in vraag te stellen.” Hij slaagt er wonderwel in.

In 17 tons, het erfgoedluik waarvan de naam refereert aan 16 tons, het beroemde mijnwerkerslied van Merle Travis, staan de reminiscenties aan de mijnwerkerscultuur centraal. Vooral sterk aan dit luik is dat de tentoonstellingsbouwers er in slagen de lokale anekdotiek te overstijgen en zo de mogelijkheid aanboren om de mijncultuur een plaats te geven in het collectief geheugen.

Turkse bidmatjes doen ons herinneren aan de tijd dat de Turkse arbeiders nog als gasten werden bekeken in ons land en dat ze nog niet werden bestempeld als allochtonen, met de ganse waaier aan niet al te fraaie connotaties die hier aan vast plakt. Roco Grannata, icoon van een volkscultuur die vervlogen lijkt, krijgt een verdiend schrijn.  Marina werd één jaar na expo ’58 uitgebracht, toen ons land even de wereld was, en niet het plein onder de kerktoren. Ook intrigerend: de levens van de mijnwerkers, gereduceerd tot boekjes. Je voelt de aandrang deze livrets des ouvriers te doorbladeren, de beduimelde bladzijden aan een nader onderzoek te onderwerpen, om zo trachten door te dringen tot de essentie van het mijnwerkersbestaan.

The age of coal, het kunsthistorische luik, is bedoeld als scharnierpunt tussen het historische en het hedendaagse luik. Eerder dan uit te gaan van de opeenvolging van stromingen die zo typerend is voor de moderniteit, staat de transformatie van het landschap centraal en hoe die op zijn beurt de kunstproductie heeft beïnvloed.

Niet te verwonderen dus dat je werk terugvindt van Constantin Meunier en Frans Masereel. Maar ook enkele tekeningen van Henry Moore, toch vooral bekend om zijn beeldhouwwerk,  vallen te bewonderen.  Claustrofobie overvalt de toeschouwer bij het bekijken van de gewrongen lijven in de krappe ruimten. Een hoofdrol in dit luik is weggelegd voor Marcel Broodthaers. Vanaf 1966 begon de Belgische neodadaïst steenkool te gebruiken in zijn werken. Het hoefden voor hem blijkbaar niet altijd mosselen te zijn om de absurditeit van onze tricolore identiteit in vraag te stellen. Bolivian Coal Mine, een uit kolen samengesteld werk van de postminimalistische landscapeartiest Richard Long komt in deze ruimte veel beter tot zijn recht dan in het Tilburgse museum De Pont, waar het onderdeel van de collectie is. Het lijkt alsof Long, gefascineerd door de menselijke ingreep in de natuur, bedoeld heeft dat dit kolentapijt hier ooit zou komen te liggen. Maar ook Les régistres du Grand-Hornu, de installatie van Christian Boltanski, past voortreffelijk. De muur van tinnen blikken, bedekt met de registratienummers en foto’s van mijnwerkers die werkzaam waren in de steenkoolmijn Le Grand-Hornu, tracht de mijnwerkers uit de anonimiteit te halen en refereert op die manier aan de in het erfgoedluik tentoongestelde livrets des ouvriers.

Al enigzins overdonderd door de voorgaande luiken, wordt de toeschouwer vervolgens geconfronteerd met Poetics of Restructuring, waar 39 hedendaagse artiesten de mondiale veranderingen  in productiesystemen als uitgansgpunt voor hun eigen artistieke productie nemen.

De geometrische tekeningen die de Coal Drawing Machine produceert, een installatie van de Mexicaanse kunstenaar Carlos Morales, combineren de accuraatheid van de computergedreven plottermachine met het gebruik van houtskool, het meeste elementaire grafische gereedschap voorhanden. De Chinese Ni Haifang laat  Para-Production zien, een onaf werk waar vooral het productieproces zelf in de kijker komt te staan. Het massief aaneengenaaid object van textielresten slaagt er juist door zijn intrinsieke nutteloosheid in zowel de waanzin van de massaproductie als die van de artistieke productie aan te kaarten. Dat uitgerekend Joke Schauvliege, carnale ready-made, zich er tijdens haar rondleiding toe geroepen voelde om achter één van de naaimachines te kruipen, gaf aan het werk nog een onverwachtse dadaïstische toets. L.H.O.O.Q. revisited. Nog een straf werk is dat van Jota Izquierdo. Met zijn multimediainstallatie Capitalismo Amarillo: Special Economic Zone schetst hij een panoramisch beeld van ons absurd economisch systeem, dat in al zijn facetten berust op schijn en bedrog. En ook niet te vergeten: de foto’s van Paolo Woods uit zijn serie Chinafrica. Je kan bij het bekijken niet anders dan stilstaan bij ons eigen koloniale verleden. Anderzijds  slaagt de fotograaf door middel van een paar gealieneerde maar rake beelden het economische neokolonialisme van China treffend weer te geven.

En alsof dit alles nog niet voldoende is, kan je je als toeschouwer naast The Deep of the Modern laten overdonderen door Manifesta Parallel Events. Maar liefst  98 projecten worden aangeboden aan de bezoekers. Wellicht iets voor mensen die een 14-daagse vakantie in Limburg gepland hebben.

“Al onze pogingen ten spijt om de moderniteit te overstijgen, de decontrueren of te bekritiseren, lijken we er nog steeds door betoverd.” Viktor Misiano, voorzitter van de internationale stichting Manifesta, slaat de nagel op de kop.  Het postmodernisme is dan ook niet meer dan een verhaaltje.  Het gepropageerde relativisme van het postmoderne discours bracht helaas wel met zich mee dat de kritische mens in slaap werd gesust en de contraverlichting met hernieuwd elan het denken van de massa kon vertroebelen. De huidige neoliberale dystopie valt dan ook op conto te schrijven van de postmodernisten, volledig in de waan gewenteld dat zij zich niet door illusies zouden laten verblinden.  Maar aan ideologie valt nu eenmaal niet te ontsnappen, hoe verwoed de postmoderne liefhebbers van de wijsheid dat ook hebben geprobeerd.  De gapende afgrond is ondertussen een realiteit voor ons allen.

De poging van Habermas om het modernistisch project te redden mag om die redenen dus niet als naïef worden opzij geschoven.  Kritisch benaderd en bijgeschaafd, dat wel. Wie dit jaar op Art Brussels heeft rondgelopen, heeft kunnen constateren dat de semantische verschraling van de artistieke productie meer regel dan uitzondering is geworden, en dat het louter steriele sensatiezucht is die de adepten van de vrolijk ‘vrije’ kunstmarkt op de knieën doet vallen, in volle bewondering voor de profeet van de dag.  Zo kon je je vergapen aan de overgewaardeerde kitsch van Damien Hurst, überpatser van de hedendaagse kunst. Much ado about nothing, inderdaad. Waar blijven toch die pek en veren?

Dan valt er op Manifesta meer lekkers te rapen.  Viktor Misiano nogmaals: “ Manifesta 9 benadrukt de waarde van het project zelf, de opvatting van de tentoonstelling als een vorm van bewustmaking. Door dat te doen, ontdekt het iets nieuws – het begrijpen van het huidige moment als een tijdelijke complexiteit. In zijn eeuwigdurend modernistische poging om zichzelf opnieuw uit te vinden, heeft Manifesta begrepen dat het verleden ‘hedendaagser’ kan zijn dan het heden. Dit  idee is geen openbaring, het zou zelfs als evident kunnen worden beschouwd, maar het behoeft maturiteit om dit met diepgang uit te drukken.”  Net dat inzicht in de gelaagdheid van de context, een inzicht dat nog eens geaccentueerd wordt door de kruisbestuivingen die de gelaagde opbouw van de tentoonstelling met zich meebrengt, maakt van The Deep of the Modern zo’n krachtige tentoonstelling en zorgt er voor dat ze nog lang nazindert. Neem het maar aan, Genk speelt dit jaar kampioen.

 Tom Cools

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Cultuur, Europa, Geschiedenis

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s