De macht der religie

Xylagatas_2013_Mauritius_extreme_ritual

Recente bevindingen van sociologen

Onder de titel ‘Die Macht der Religion’ verschenen in bild der wissenschaft (bdw) nr. 1|2013 twee bijdragen van Rüdiger Vaas: ‘Göttliche Gesellschaften’ en ‘Gelaubige Gehirne’ [gelovige hersenen]. Ze geven een overzicht van belangrijke recente ontwikkelingen in het sociologisch, psychologisch en neurologisch onderzoek over wat mensen doet geloven. Vaas is redacteur bij bdw en bovendien auteur van enkele belangwekkende werken. In onderhavig artikel tracht ik een samenvatting te geven van de verworven inzichten op het vlak van de sociologie en politicologie. In het magazine ‘De Geus’ (september 2013) worden de psychologische en neurologische aspecten behandeld.

In zijn intro stelt Vaas: ‘“Nood leert bidden”, zegt een spreekwoord. Maar ook het omgekeerde geldt: waar veel gebeden wordt, heerst grote nood. En bovendien: het godsdienstig geloof is medeverantwoordelijk voor dit precair verband. Dit zijn slechts een paar der recente bevindingen van sociologen en psychologen.’

Geloof en inkomensverdeling

Dat de percentages gelovigen van elkaar verschillen naargelang het land en de samenleving, blijkt niet toevallig te zijn. Zo is er een betekenisvolle correlatie (cijfermatige samenhang) tussen inkomensverdeling en religiositeit: hoe groter de ongelijkheid in een land, hoe belangrijker religie voor de bevolking. Ten tweede zijn mensen met een kleiner inkomen vaker of sterker gelovig. Ten derde zijn in landen met grote inkomensverschillen de rijkere mensen naar verhouding meer godsdienstig, terwijl in de landen met meer economische nivellering de armere mensen dat zijn.

Veelzeggend is het onderzoek van de Amerikaanse statisticus Gregory Paul. Hij ontdekte dat je uit de inkomensongelijkheid kunt afleiden hoe goed (of slecht) het met een samenleving gesteld is. Er is namelijk een duidelijk verband tussen ongelijkheid enerzijds en werkloosheid, armoede, scholingsgraad, overgewicht, alcoholisme, geestesziektes, geslachtsziektes, levensverwachting, tienerzwangerschappen, vruchtafdrijvingen, drugsdelicten, zelfmoorden en het aantal gedetineerden anderzijds. Bovendien, nogmaals, hoe slechter een samenleving scoort, hoe sterker het godsdienstig geloof is; en omgekeerd, hoe sterker het geloof, hoe problematischer de samenleving. Andere onderzoekers bevestigden die bevindingen.

NB: Onder religies/godsdiensten worden niet alleen de monotheïstische verstaan, maar ook de polytheïstische. Het boeddhisme zoals het daadwerkelijk beleden wordt, is eveneens een godsdienst: Boeddha wordt aanbeden als een god, boeddhisten geloven in reïncarnatie, in het bestaan van geesten en zelfs van hellen, goden en hemelen (vooral in het Tibetaans boeddhisme).

Nog enkele belangwekkende  verbanden

Een onderzoeksteam onder leiding van Marc Bühlman (Univ. Zürich) en Wolfgang Merkel (Wissenschaftszentrum Berlin für Sozialforschung) vergeleek 30 landen ten aanzien van meer dan 100 empirische indicatoren betreffende vrijheid, gelijkheid, controle, medezeggenschap, transparantie van bestuur, mate van corruptie, enz. Besluit: democratie komt sterker tot uiting (ausgeprägt) in landen waar God een kleinere rol speelt.

De Britse godsdienstwetenschapper en bioloog Tom Rees (zie o.a. ‘Epiphenom’) vergeleek landen aan de hand van de Global Peace Index 2009. Die index is een meetgegeven dat de toestand samenvat inzake aanwezigheid van oorlog, burgeroorlog, respect voor mensenrechten, belang van wapenhandel, aantal moorden, aantal gedetineerden en graad van democratisering. Rees noteerde een positieve correlatie tussen het percentage atheïsten en de graad van vreedzaamheid, daarentegen een negatieve in de relatie met het percentage gelovigen. Meer kans dus op vreedzaam samenleven in een meer atheïstische omgeving. Bovendien ziet men in minder of niet-gelovige landen de toekomst doorgaans positiever in.

Tom Rees stelde ook vast dat in landen waar minder gebeden wordt de gezondheidstoestand van de bevolking over het algemeen beter is. Toch kan, vreemd genoeg, binnenin een land de correlatie positief zijn, dus ten voordele van de godsdienst. Deels bleek dit dan te wijten aan de manier waarop de gegevens verzameld werden – zieke en gedeprimeerde mensen leven vaak  geïsoleerd (en hadden minder kans om in het onderzoek te worden opgenomen, AC ) – en deels aan het feit dat in gelovige kringen de sociale controle meestal groter is en daardoor het druggebruik en andere negatieve factoren lager.

In die lijn toonde Chaeyoon Lim (Univ. Wisconsin-Madison) aan dat NIET de theologie of spiritualiteit van betekenis zijn voor de mate waarin mensen  tevreden zijn over hun leven [Lebenszufriedenheit],  maar wel de graad van integratie in de gemeenschap, met andere woorden , de mate waarin men vrienden en kennissen heeft, een goed sociaal netwerk.  Dankzij goede sociale contacten (inclusief een goed huwelijk) is er minder stress.

Een team onder leiding van Dan Ariely (Duke Univ. in Durham, North Carolina)  vond slechts een positief effect van religie bij diepgelovige mensen; mensen die twijfels hadden over hun geloof, bleken daarentegen minder gelukkig te zijn dan atheïsten en agnostici.  Belangrijk is ook het godsbeeld: wie gelooft dat God het goed met hem/haar voorheeft, maakt zich doorgaans minder zorgen over de toekomst, constateerde David Rosmarin (Harvard Medical School).

Ook Ed Diener (Univ. of Illinois) bevestigde het belang van sociale integratie.  Hij stelde bovendien vast dat godsdienstigheid [Religionszugehörigkeit] slechts tot het welbevinden  bijdraagt in samenlevingen (landen, streken) met moeilijke levensomstandigheden, zoals bijvoorbeeld Bangladesh, Egypte, en de staten Mississippi en Alabama.

Waar vrijzinnigen het goed stellen

Diener kon ten overvloede vaststellen dat er naar verhouding meer ongelovige mensen leven in landen en regio’s waar het goed gaat, en dat zij er zich bovendien beter voelen dan de gelovigen.

De toegenomen welvaart, bestaanszekerheid en  levenskwaliteit  in vele delen van de wereld, samen met de toegenomen scholing en de ruimere verbreiding van de Verlichtingsideeën, heeft de laatste decennia effectief geleid tot een procentuele daling van het aantal gelovigen in de meeste landen (zie o.a. Tom W. Smith, Univ. of Chicago).

Nog een belangrijke vaststelling: waar veel gebeden wordt, steunt de overheid de werklozen minder. Volgens recente studies zou er zelfs een wisselwerking bestaan tussen die twee factoren.  Zo constateerde Ceyhun Elgin (Bogazici-Univ. Istanbul) dat godsdienst sociale ongelijkheid in de hand werkt door de houding van de gelovigen ten opzichte van de fiscus.  Niemand betaalt graag belastingen, maar vooral de gelovigen niet. Zij steunen liever rechtstreeks behoeftige mensen dan af te dragen aan openbare programma’s voor welzijn.  Maar minder inkomstenbelasting betekent minder herverdeling.

Homeless

Naastenliefde.  Niet voor iedereen

Dat landen met een gelovige bevolking minder aan maatschappelijk welzijn besteden, komt omdat de meerderheid der gelovigen dat inderdaad zo wil.  Dat bleek uit het onderzoek van David Stasavage (New York Univ. ) en werd bevestigd door het onderzoek van de socioloog Daniel Stegmuller (Oxfort Univ.).  Bij zijn enquête in 16 West-Europese landen stelde Stegmuller onder meer de vraag of, en in welke mate, men het eens was met de uitspraak: ‘ De regering moet de verschillen in inkomens reduceren.’   Leden van godsdienstige gemeenschappen bleken minder achter deze uitspraak te staan dan vrijzinnigen.  Zelfde vaststelling voor de uitspraak: ‘Religie mag geen invloed hebben op de politiek.’

Stegmuller meent dat hier waarschijnlijk dezelfde beweegredenen spelen als in landen met etnisch verschillende bevolkingsgroepen:  men wil bij voorkeur het eigen volk steunen. Hij vond tevens dat bij een toenemend antagonisme tussen seculiere en religieuze groepen de aandacht voor inkomensherverdeling verzwakt.

NB: dit spoort volkomen met de vaststellingen van John Teehan (Hofstra Univ., New York,  The Evolutionary Basis of Religious Ethic,  Zygon) : religie bevordert de samenhorigheid binnen een gemeenschap – wat een evolutionair voordeel is – maar leidde tot een sterk wij-zij-onderscheid en vijandschap ten opzichte van andersdenkenden.

Ekrem Karakoç (Birmingham Univ.) en Birol Baskan (Georgetown Univ.) konden waarnemen dat  gelovigen (katholieken, orthodoxen,  moslims, hindoes, maar niet de protestanten) meer voorkeur geven aan politiekers die hun verbondenheid met hun geloof in de verf zetten en er hun beleid door laten beïnvloeden.   Opnieuw: de voorkeur voor een niet-religieuze regering vermindert naargelang de inkomensongelijkheid toeneemt, bij meer ongelijkheid is er dus minder voorkeur voor een seculiere regering.  In armere landen komt dit sterker tot uiting, waarschijnlijk omdat  de mensen er hun hoop stellen in religieuze instellingen.

De VS beschikken over veel gegevens omtrent allerlei evoluties in de loop van de laatste 50 jaar.  De welstand is inderdaad toegenomen, maar eveneens de ongelijkheid. Het aantal gelovigen is wat teruggelopen, alhoewel de percentages (begin en einde van die periode) tot de hoogste van de wereld behoren. De onderzoeksploeg van  Frederick  Solt (Southern Illinois Univ.) ontdekte dat wanneer de kloof tussen arm en rijk toenam, de belangstelling voor de godsdienst in het jaar nadien relatief minder afnam dan voordien.  Een omgekeerd effect was er echter niet: veranderingen in geloof beïnvloedden de evolutie van de  welstand noch van de inkomensverdeling.

Solt kon uit zijn onderzoek afleiden dat welstellende en invloedrijke gelovigen zich meestal NIET inzetten om een beter leven voor hun armere medeburgers mogelijk te maken, maar dat ze eerder de religie gebruiken als een soort controlemiddel om de minder geprivilegieerden ‘in toom te houden’ [in Schach zu halten].  ‘Veel welstellende mensen reageren niet op een grotere maatschappelijke ongelijkheid, waarin zij nochtans verandering zouden kunnen  brengen door herverdeling via democratische processen.  Ze nemen daarentegen een godsdienstig geloof aan en verspreiden dat onder hun armere medeburgers.’  Solt besluit:  ‘Religie doet de belangstelling voor het materiële welzijn dalen, belooft beloning in een hiernamaals.  Daardoor blijven de privilegies van de rijken behouden, evenals de voorwaarden  voor  sociale ongelijkheid.’

Een paar lessen

Religies moeten het blijkbaar duidelijk hebben van armoede en inkomensongelijkheid.  De nieuwe paus, Bergoglio,  verzorgde goed zijn imago.  Hij laat zich Franciscus noemen, vriend van de armen.  Maar hij manifesteerde zich zeker niet als vriend van de politieke linkerzijde.  De militaire junta, ultrarechts en ultra wreed, liet hij begaan.  Bergoglio  heeft dus het perfecte profiel voor zijn job: hij maakte zich bemind bij de armen, maar zette zich als slimme jezuïet af tegen wie streeft naar een rechtvaardiger samenleving –  je doodt toch niet de kip met de gouden eieren, nietwaar? Zijn strategie ‘pakt’: hij wordt uitbundig toegejuicht in gelovige kringen en krijgt een zelden geziene en blijvende aandacht in de media en bij allerlei staatslieden.

Naar aanleiding van het vermelde onderzoek moeten we ons, meen ik, in vrijzinnige en socialistische kringen afvragen of we voldoende ontmoetingsplaatsen/clubs/netwerken/centra  hebben ten behoeve van onze sympathisanten en belangstellenden, gelegenheden waar zij vriendschap en steun kunnen vinden, een soort opvolgers van de wijkclubs en de volkshuizen.   Misschien ligt hier een opdracht voor de plaatselijke afdelingen van onze mutualiteit, liefst in samenwerking met het ABVV en met het Vermeylenfonds  –  en helaas slechts in tweede instantie met de partij, omdat de A van SP.A en de nogal vreemde allianties die de partij aanging, bij velen in het verkeerde keelgat is geschoten..

Socialisme is een ander woord voor emancipatie. Emancipatie is ook loskomen van het geloof. Laten we goed voor ogen blijven houden dat het niet om ons te steunen was in de strijd voor grondige maatschappelijke hervormingen, dat in 1886 de ‘Antisocialistische Katoenwerkersbond’ (die later uitgegroeide tot het ACV) met steun van de kerk werd opgericht, nog steeds de ‘concurrent’ van het ABVV. In West-Europa situeert de macht van de kerk zich vandaag meer in haar talrijke sociale mantelorganisaties, inclusief politieke partijen, dan in haar eigen instellingen. Hetzelfde geldt stilaan voor de Islam.

Op grond van de bevindingen van de menswetenschappen mogen we fier uitkomen voor onze vrijzinnigheid en kunnen een tehuis bieden voor de talrijke sociaalvoelende mensen die hun godsdienstig geloof verloren hebben en zich willen inzetten voor de verdere vooruitgang van de mensheid, de hele mensheid.

Albert Comhaire

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Cultuur, Debat, Ecologie, Ethiek, Humanisme, Religie

2 Reacties op “De macht der religie

  1. Dit artikel verdient grondige lezing; niet in 1-2-3 te behappen. Reeds twee bedenkingen: in het Nederlands kunnen we gelukkig een onderscheid maken tussen “godsdienst” (dienst aan een god en zijn strikte regelgeving), en “religie” (een veel breder begrip waar vaak geen maatschappelijke regelgeving uit voortvloeit). Helaas kennen vele talen enkel dit laatste woord (religion), zodat ze het onderscheid niet maken. In de studies waarover het hier gaat, bedoelen de onderzoekers waarschijnlijk één der 3 grote godsdiensten die een onwijzigbaar boek hebben met regelgeving.
    Een tweede korte gedachte: “In West-Europa…sociale mantelorganisaties…politieke partijen…Hetzelfde geldt stilaan voor de islam”. Even met de voeten op de grond blijven: de christelijke inspiratie en netwerk zijn dominant in onderwijs, zieken- en ouderenzorg, media, cultuur- en jeugdorganisaties, ngo’s…De islam moeten we daar met een vergrootglas zoeken; die zit vooral opgeblazen in de hoofden van de autochtone Vlamingen.

  2. De zwakte van deze onderzoeken is, dat de gevonden correlaties niet kunnen beslissen of de godsdienstigheid de oorzaak is van de sociale verhoudingen en opvattingen, dan wel omgekeerd, dus dat mensen sneller godsdienstig worden in die omstandigheden. Er is zelfs een derde mogelijkheid: dat het in beide richtingen gaat, dus het één versterkt het ander. De titel die Bert Comhaire boven zijn stuk zet, is echter een keuze voor de godsdienst als oorzaak. Dat is m.i. een stap tevèr.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s