Tagarchief: lezing

Lezing ‘Media en politiek’ door Yves Desmet (De Morgen)

Klik op onderstaande foto:

nieuwsbrief

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Activiteit, Politiek

LIJF-EIGEN, een drieluik over broosheid en verlokking van het menselijk lichaam

lijfeigen met logo's Beeld Bert Wevers

EEN BITTERE OOGST – BERT WEVERS

In het kader van 100 jaar Grote Oorlog heeft Bert Wevers een reeks aangrijpende schilderijen gemaakt. Het project zoekt geen verheerlijking van de gevallen slachtoffers of het patriottisme, maar een manier om het universele leed te verbeelden – leed dat ook vandaag nog door vele conflicten wordt veroorzaakt. In de schilderijen van Bert Wevers vormen eenzaamheid en leed een vast gegeven. Intiem en confronterend, maar op een meesterlijke manier.

Jeroen DuboisJeroen Dubois

VERLOOREN – SARAH D’HONDT

De muzikale omlijsting wordt gebracht door het project ‘Verlooren’

¬ Sarah D’hondt, zang & woord (winnares Liesbeth List-prijs 2013);

¬ Koen De Cauter, zang, gitaar, klarinet en sopraansaxofoon;

¬ Kris Auman, contrabas;

¬ Stijn Bettens, accordeon, bandoneon & accordina.

barbie 3 Foto Chantal De Cock

COLLECTIEF ROODE OOGJES

De fotografen van collectief Roode Oogjes tonen in hun werk het lichaam in al zijn facetten. Verwacht rake beelden rond schoonheid en verval van het menselijke lichaam. Regionale vrijzinnige kunstenaars presenteren hun artistieke benaderingen van zinnelijkheid & vrijzinnigheid.

DSC_8702 Johan Van Belle

STREEKEIGEN

Regionale vrijzinnige kunstenaars presenteren hun artistieke benaderingen van zinnelijkheid & vrijzinnigheid.

broken dreams jpg Luc Clottemans 

LEZING KUNST VRIJZINNIGHEID & EROTIEK – WILLEM ELIAS

Het historisch belang van de avant-gardekunst voor de aanvaarding van het eigen lichaam is binnen de vrijzinnigheid te lang onderbelicht gebleven. Ook voor de maatschappelijke aanvaarding van de vrijzinnige levensbeschouwing bleek deze onontbeerlijk. Avant-garde kunstenaars liepen steevast in de voorhoede. Ze hielpen de mensen zich te bevrijden van religieuze dwang en hun eigen lichamelijkheid te accepteren.

Mike van Mike Van der Stappen

 INFO

Het drieluik vindt plaats in CC Asse, Huinegem 4, 1730 Asse

LEZING

Zondag 2 november om 15u, bovenste zaal CC Asse

VERNISSAGE

zondag 19 oktober om 15u

FINISSAGE

zondag 2 november van 11u tot 18u

TENTOONSTELLING OPEN OP

zaterdag 26 & 27 oktober van 14u tot 18u

mjolnir Eli Steenput

ORGANISATIE

VERMEYLENFONDS TERNAT & WILLEMSFONDS ASSE
Met de steun van DEMENS.NU

VOOR DE FLYER, klik lijf-eigen

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Activiteit, Cultuur, Geschiedenis, Humanisme, Vrijzinnigheid

Nabespreking lezing Rudolf Boehm Afgelast!

boehm

 

 

 

 

 

 

 

 

Wegens ziekte van Rudolf Boehm wordt de nabespreking van zijn lezing, die gepland was op vrijdag 29 november 2013 in het Masereelhuis te Gent, afgelast.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Activiteit, Actueel, Cultuur, Debat

Lezing door Rudolf Boehm

boehm

 

‘Karl Marx. Mijn laatste lezing?’

Geeft de 85-jarige filosoof Rudolf Boehm zijn laatste lezing? Dat weet niemand – ook hij zelf niet! Maar Boehm geeft wel zijn ‘laatste lezing’, zijn (tot hiertoe) laatste interpretatie van Marx. Thematisch-inhoudelijk heeft zijn lezing als titel: “Ons aller marxisme, ons aller dwaling”. Daarin behandelt Boehm Marx’ visie op het historisch materialisme en de historische missie van het kapitalisme. Ook Marx’ meerwaardetheorie en arbeidswaardeleer worden kritisch besproken. Deze vier aspecten van Marx’ denken zijn volgens Rudolf Boehm sterk betwijfelbaar, ook al lijkt iedereen daar toch mee akkoord te gaan.

Na de lezing wordt u een drankje en een hapje aangeboden. Enkele dagen erna vindt een nabespreking plaats.

Inschrijving:

* Om organisatorische redenen is die op voorhand verplicht, liefst via e-mail: imavo.vmt@skynet.be, of desnoods telefonisch: 09/245.13.27. De inschrijving geldt maar na betaling van deelnameprijs

* Deelnameprijs, samen voor lezing en nabespreking: 5 € / 3 € (voor leden Masereelfonds, Vermeylenfonds, studenten, werklozen, …). Op voorhand te storten op rekening

IBAN: BE35 0010 5791 4837
BIC: GEBABEBB
van IMAVO, Kazernestraat 33 te 1000 Brussel
met vermelding: “Lezing Rudolf Boehm”

Lezing:

Datum: donderdag 21 november 2013 vanaf 19u30 tot 22u
Plaats: Geuzenhuis, Kantienberg 9 te 9000 Gent

Nabespreking:

Datum: vrijdag 29 november 2013 vanaf 19u30 tot 22u
Plaats: Masereelhuis, Sint-Jansvest 7 te 9000 Gent

Inlichtingen: imavo.vmt@skynet.be (of telefonisch: 09/245.13.27)

Deze lezing is een samenwerking van IMAVO, Masereelfonds en Vermeylenfonds, met steun van Imd Oost-Vlaanderen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Activiteit, Debat, Economie, Geschiedenis, Politiek, Socialisme, Vermeylenfonds

Waarom hebben we onze Toekomst niet in handen?

MOL

 

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Activiteit, Actueel, Cultuur, Ecologie, Economie

Maçonnerie en zingeving in tijden van vertwijfeling

Overleeft-de-vrijmetselarij-de-21ste-eeuw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lezing door Ronald Commers: ‘Overleeft de vrijmetselarij de 21ste eeuw?’

Waar?  Goudblommeke in papier, Cellebroersstraat 55, 1000 Brussel
Wanneer?   Donderdag 31 januari, 19:30
Organisatie  Vermeylenkring Brussel & UPV Brussel

 Tussen 1886 en 1895 schreef de Fransman Léo Taxil, een door rancune gedreven journalist, 14 boeken over de maçonnerie. Loges werden er van beschuldigd de duivel te aanbidden, mensenoffers waren binnen de loges de normale gang van zaken en er was sprake van een  wereldwijde samenzwering tegen de mensheid. In 1897 gaf hij weliswaar publiekelijk toe dat zijn boeken louter op fantasie berustten, maar het kwaad was geschied. De boeken begonnen –een beetje vergelijkbaar met de protocollen van Zion – een eigen leven te leiden. Een snelle zoektocht op het internet maakt duidelijk dat ook nu nog de door Taxil verkondigde onzin over de vrijmetselarij als waarheid wordt verspreid. 

Voor de geïnteresseerde buitenstaander is het dan ook niet eenvoudig om uit de lange lijst van boeken en artikels over de vrijmetselarij deze te selecteren die niet bol staan van onwaarheden. Bij ASP werden onlangs twee boeken uitgegeven over de vrijmetselarij die wel het vermelden waard zijn. Leo Apostels standaardwerk over de vrijmetselarij was niet meer uitgegeven sinds 1995. Het boek is volgens de vrijmetselaars zelf een rijke bron van informatie, en deze nieuwe – door De Ruwe Kassei geredigeerde – versie zal dan ook zowel binnen als buiten de vrijmetselarij met veel belangstelling gelezen worden. Het nieuwe boek van Ronald Commers focust dan weer op de overlevingskansen van de vrijmetselarij in de 21ste eeuw.

De ethicus is hiermee niet aan zijn proefstuk toe. In 2008 verscheen Tussen de zichtbare en de onzichtbare wereld, waarin de speculatieve oorsprong van de vrijmetselarij uitgebreid behandeld werd. De hierin behandelde thema’s – de mythologisering van de maçonnieke oorsprong, de oecumene,  de herbronning van de vrijmetselarij – komen terug in Overleeft de vrijmetselarij de 21ste eeuw? Een pleidooi voor een vernieuwde en vernieuwende maçonnieke zingeving.

Ronald Commers vertelt zeer duidelijk  wat hij met dit boek wil bereiken, en is zich tegelijkertijd  bewust van de beperkingen van zijn aanpak: “De taak die ik –afstand nemend van een persoonlijke gevoelsgeladen ‘ belijdenis’ en van een mythologiserend vertoog –mijzelf heb gesteld is na te denken  over de mogelijke betekenis van een toekomstige vrijmetselarij in de spiegel van een evocatie van wat haar ‘geschiedenis’ zou kunnen geweest zijn. Dit berust zonder twijfel op een persoonlijke en dus partijdige historiografische en wijsgerige belangstelling”. De vraag of de vrijmetselarij voldoende aangepast is aan de 21ste eeuw staat centraal. Zij heeft immers zowel te kampen met interne zwakheden als met  externe bedreigingen. Er gaapt een kloof tussen wat de vrijmetselarij is en wat ze zou kunnen zijn. Wil de maçonnerie nog een duurzaam toekomstperspectief hebben, dan zal ze moeten terugblikken om te kunnen herbronnen.

Commers wijst er de lezer op dat de oorsprong van de vrijmetselarij met mythes omkleed is. Om de vrijmetselarij in de 21ste eeuw van een filosofische basis te voorzien, zo meent hij, moet  de heersende funderingsmythologie aan een kritisch onderzoek onderworpen worden. In het bijzonder de vermeende transformatie van operatieve bouwgilden tot speculatieve genootschappen neemt hij nader onder de loep. Hij komt tot het sterke vermoeden dat de oorspronkelijke maçons zich tot spiritueel doel hadden gesteld een instelling te creëren die de broederlijkheid onder alle mensen nastreeft. 

De door de vrijmetselarij gehanteerde symbolen en ritualen zijn een bont amalgaam van archaïsch religieuze maar danig getransformeerde elementen. Als je sommige vrijmetselaars kritisch bevraagt over de door hen gehanteerde symbolen, krijg je al eens het discours te horen dat dit lege betekenaars zijn waar je zelf invulling aan geeft. Vrijblijvendheid is troef. Roland Commers neemt hier een andere positie in. Voor hem is de symboliek essentieel aan de vrijmetselarij. “Symbolen en ritualen maken de evocatie mogelijk van een existentiële lotsverbondenheid…  Het is door de kracht en de werking van de symbolen en de rituelen dat de vrijmetselarij al meer dan driehonderd jaar functioneert.”  Hierin komt zijn standpunt overeen met dat van Apostel. Deze  wijst er op dat de van oorsprong pre-kapitalistische rituelen en symboliek nodig zijn om het ideaal van Gemeinschaft in Gesellschaft mogelijk te maken.

Door de  overlapping van de verschillende symbooltalen die in de ritualen aan bod komen, ontvouwt zich volgens Commers de maçonnieke zingeving. Hij besteedt er dan ook de nodige aandacht aan, maar hij legt de oorsprong en de evolutie ervan niet bloot zoals hij wel doet met de speculatieve oorsprong van de vrijmetselarij. Ook rituele gebeurtenissen zoals de initiatie blijven onderbelicht. Hij geeft wel aan dat de initiatierituelen een zeer oude oorsprong hebben en dat de te doorlopen  etappen tijdens de initiatie in alle culturen zeer vergelijkbaar zijn, maar hij gaat niet verder in op de oorsprong ervan. Apostel erkent eveneens dat steeds dezelfde vormelementen worden gebruikt tijdens de initiaties, maar meent dat er geen historisch verband is tussen het initiatiemodel van de vrijmetselarij en dat van Egyptische initiaties, Romeinse metselaars, Rozenkruisers, enzovoort. Het gebruik  van entheogenen als sacrament in vele initiaties, nochtans van primordiaal belang om de ingewijde te laten ontwaken uit zijn ‘vegetatieve’ staat en tot de beoogde bewustzijnsvorming te komen, blijft bij beiden zelfs onvermeld. De lezer die hier meer over wil weten, blijft een beetje op zijn honger zitten. Gelet op het belang van de initiatie in de vrijmetselarij, is dit zeker nog een verder wetenschappelijk te onderzoeken aspect.  

Een apart hoofdstuk wordt gewijd aan vrijzinnigheid en vrijmetselarij. Buitenstaanders die met geen van beide vertrouwd zijn durven de twee al eens te verwarren. Vrijmetselaars krijgen al snel het etiket ‘papenvreter’ opgeplakt, waarschijnlijk omdat heel wat vrijmetselaars antiklerikaal en atheïstisch of agnostisch in het leven staan.  Zowel de verwarring van de buitenstaanders als de radicale houding van vele vrijmetselaars zullen grotendeels te wijten zijn aan de historische evolutie van de vrijmetselarij in België, die trouwens al langer bestaat dan de georganiseerde vrijzinnigheid. In die beginperiode waren heel wat geestelijken lid van de vrijmetselarij. De maçonnieke scheidingen en afsplitsingen vinden hun oorsprong in de encycliek Mirari Vos en de herderlijke brief van de Belgische bisschoppen in 1837. De katholieke vrijmetselaars werden  voor een dilemma geplaatst:  hun loge te verlaten of de banvloek van de kerk over zich te krijgen. De voedingsbodem voor het antiklerikalisme in de vrijmetselarij was gelegd, en het liberalisme begon de werkplaatsen te domineren.  In 1854 wordt Verhaegen vervolgens Grootmeester en laat hij de statuten wijzigen, wat heeft geleid tot de breuk met de universele vrijmetselarij. Het al dan niet accepteren van het Godsprincipe is sindsdien altijd een struikelblok geweest om de vrijmetselarij terug te verenigen. De behoefte aan veralgemeend broederschap en zusterschap indachtig, dient dan ook de vraag gesteld te worden: moeten vrijmetselaars de onkerkelijke katholieken uitsluiten? Iedere vrijmetselaar mag dan wel een vrijzinnige zijn, maar de opvatting van sommige vrijmetselaars dat alleen niet-christenen ware vrijzinnigen zijn, bemoeilijkt de vooropgestelde verwezenlijking van de menselijke humaniteit.

Dus hoe moet het nu verder? Zal de vrijmetselarij alleen relevant blijven als ze dit nastreven van de menselijke humaniteit centraal stelt als ethisch project of heeft ze nog een andere optie? Mag het misschien allemaal wat vrijblijvender? De afgelopen 40 jaar  heeft er zich een niet te ontkennen evolutie van waarden en normen voorgedaan, niet geheel toevallig samenvallend met de opkomst van het neoliberalisme.  Commers is van mening ‘dat die evolutie in onze westerse consumptiemaatschappij dramatische gevolgen heeft voor dat maçonnieke project’, en de vrees bestaat dat de jongere generaties, die zelfzuchtigheid met de paplepel hebben meegekregen, geen boodschap meer hebben aan de maçonnieke idealen.  En toch, eens de vertwijfeling over de eigen existentie bij hen zou toeslaan, kan het ethisch project juist dan een baken zijn. Moest de vrijmetselarij gereduceerd worden tot louter methode, dan zou deze mogelijkheid verdwijnen. Bedreigingen voor de vrijmetselarij ziet Commers in de vulgarisering van de vrijmetselarij en in de negatie van de wereldbeschouwelijke ernst en van de spirituele erfenis. Voor hem blijft de vrijmetselarij in eerste instantie een spirituele orde die berust op traditie van zingeving. Hij concludeert: “ De afkomst én de bestemming van de vrijmetselarij zijn eenvoudig en oprecht: mensen van goede wil die niet kunnen bogen op adellijke genealogieën, die de gerechtigheid toegewijd zijn, en die het militantisme en het obscurantisme bestrijden in zichzelf en in de wereld.”

Toch een paar bedenkingen vanuit de profane wereld. De vraag dient gesteld te worden of het wel zo heilzaam is om utopische idealen na te streven. De knipoog van Thomas More gaf dat al aan. Utopia verwijst immers zowel naar eu-topia, de goede plaats, als naar ou-topia, de plaats die niet bestaat. Alle utopische wensen hebben voor zover ik weet tot nu toe alleen maar dystopische werkelijkheden voortgebracht. Zo ook het utopische concept broederlijkheid dat door Ronald Commers gepropageerd wordt. Niet alleen is het niet genderneutraal en daarom in potentie discriminerend  – de krampachtige manier waarop sommige loges omgaan met het ‘vrouwenprobleem’ is helaas illustratief -, het riekt te veel naar antropocentrisme. En laat het nu juist dat antropocentrisme zijn – oh paradox – dat de mens als soort de nek omwringt. Er valt dan ook heel wat voor te zeggen om naast de utopische seculiere triniteit ‘vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid’  een meer met de realiteit rekening houdende driepikkel ‘context, diversiteit, verbondenheid’ te plaatsen om de gevaren van de utopische idealen in bedwang te houden.  

Het intern uitwerken van een ethisch project om hier vervolgens mee naar buiten te treden kan door niet-vrijmetselaars als elitair en bedreigend worden gepercipieerd.  Juist de beslotenheid waarin de maçonnieke arbeid wordt verricht, afgezonderd van de buitenwereld, maakt dat die buitenwereld de vrijmetselarij met argusogen bekijkt. Na het lezen van dit boek is nog niet geheel duidelijk hoe Commers deze weerstanden denkt te overwinnen. Een mooi project zou zijn te bekijken hoe we mondiaal van Gesellschaft naar Gemeinschaft kunnen evolueren. De ontwikkeling van een nieuwe bewustzijnsethiek is immers iets dat iedereen aanbelangt.

Zoals Ronald Commers zelf aangeeft, is dit boek niet geschikt als inleiding tot de vrijmetselarij. Maar als je geïnteresseerd bent in de ontstaansgeschiedenis van de vrijmetselarij en dieper wilt graven dan de dominante mythes hieromtrent, vind je hier zeker je gading. Verder biedt de visie van Commers op hoe de vrijmetselarij zich kan handhaven voldoende stof om over na te denken. Als buitenstaander valt het moeilijk in te schatten hoe zijn pleidooi binnen de loges zal onthaald worden. Mijn persoonlijke scepsis ten aanzien van de talrijke verwijzingen naar de christelijke levensbeschouwing en christelijke denkers – zo verschijnt zelfs Jozef Ratzinger  ten tonele – en ten overstaan van het utopische karakter van het door hem beschreven ethisch project zal wellicht door sommige maçons worden gedeeld, maar mag hen niet tegenhouden het boek kritisch te lezen en elementen eruit te incorporeren. Je hoeft het niet altijd met de auteur eens zijn om dit solied onderbouwd pleidooi te kunnen appreciëren.

Overleeft de vrijmetselarij de 21ste eeuw? Een pleidooi voor een vernieuwde en vernieuwende maçonnieke zingeving
Ronald Commers
ASP / Brussel / 2012 / ISBN 98 90 5718 154 2  

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Activiteit, Cultuur, Geschiedenis, Literatuur, Vrijzinnigheid

Presentatie ‘Moderne Kunst’ in Brussel geannuleerd

De boekpresentatie van ‘Moderne Kunst’ door Willem Elias op dinsdag 6 november in De markten in Brussel kan wegens onvoorziene omstandigheden niet plaatsvinden. De lezingen in de andere steden blijven wel doorgaan.

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Cultuur