Tagarchief: politiek

Lezing ‘Media en politiek’ door Yves Desmet (De Morgen)

Klik op onderstaande foto:

nieuwsbrief

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Activiteit, Politiek

Een nieuwe progressieve denktank, METIS

vermeylen22

“Dit althans weten we zeker: de wereld zal na deze oorlog een gans andere aanschijn hebben. Het zij me toegestaan te geloven, dat uit reactie tegen de totalitaire Moloch-Staat, de enkele mens weer tot zijn recht zal komen, met die behoorlijke maat van zelfbeschikking en vrije beweging, die de vorming van een echte elite onder alle standen mogelijk maakt; en dat tevens de onafzienbare wereldnood, de heling van wonden die niemand gespaard bleven, een sterk gevoel van onderling hulpbetoon, voor saamhorigheid zal gebieden; zoals geen natie nog op absolute oppermacht zal kunnen bogen, en kleine landen zich min of meer bij ruimere gebieden moeten aansluiten, zo zal ook het ongebreideld individualisme wegzinken met het kapitalistische stelsel en zijn liberale economie”.

August Vermeylen, De taak, 1945.

De taak schreef August Vermeylen kort voor zijn dood als een soort testament, en op basis hiervan werd het Vermeylenfonds opgericht. De boodschappen die Vermeylen meegeeft in deze taak zijn nog brandend actueel en er blijft veel werk aan de winkel voor wie het, zoals Vermeylen, met deze samenleving goed voor heeft.

Het sociaaldemocratische gedachtegoed doet het de laatste jaren in Vlaanderen niet goed, de verkiezingsuitslagen tonen dat aan. Deze beweging naar rechts zien we bij uitbreiding in heel Europa de kop opsteken.

Zelfs de financiële crisis en de daaropvolgende Europese malaise hebben de koers in het denken niet gewijzigd. Het liberaal-conservatieve discours beheerst nog steeds het debat. Technocratische oplossingen worden als wondermiddelen aangereikt om de economie nieuw leven in te blazen. Deze liggen in de lijn van wat het IMF en de Wereldbank al sinds de jaren ’80 verkondigen (de zgn. Washington Consensus) en neemt de Europese Commissie gretig over: begrotingsdiscipline, met zware boetes voor wie niet luistert, privatiseringen, afslanking van de overheid, liberalisering van de arbeidsmarkt… Ook politieke partijen, academici en denktanks scharen zich veelvuldig achter deze “ultieme reddingsoperatie”. Maar de praktijk blijkt minder rooskleurig.

In een aantal landen resulteren deze neoliberale recepten in drama’s en sociale bloedbaden. En nog straffer is dat zich daardoor al nieuwe financiële en economische uitdagingen aanbieden, die dan weer aanleiding geven tot dezelfde maatregelen en wellicht op lange termijn tot de economische woestenij zullen leiden.

Het August Vermeylenfonds en de Stichting Gerrit Kreveld konden deze ontwikkelingen niet langer negeren. Er was nood aan een nieuw initiatief dat alternatieve antwoorden biedt op de sociaaleconomische en maatschappelijke uitdagingen. De huidige, Europese besparingspolitiek en verdere liberalisering zijn niet de enige weg, zoals het wel eens voorgesteld wordt.

Het August Vermeylenfonds is één van de vijf cultuurfondsen van Vlaanderen, die zich als socio- culturele vereniging richt tot zijn leden en die de taak van August Vermeylen verder probeert te zetten. De denktank Metis betekent voor deze organisatie een herbronning die er toe moet leiden dat er in haar dagelijkse werking nieuwe thema’s worden aangereikt. Het Vermeylenfonds kleurt daarmee buiten de lijntjes van het socio- cultureel werk.

De Gerrit Kreveld Stichting is geen ledenorganisatie zoals het Vermeylenfonds; het is een centrum voor bezinning, studie en initiatieven die het sociaal- democratisch gedachtegoed ondersteunen. Naast de bestaande activiteiten zoals de uitgave van het Tijdschrift Samenleving en Politiek, de publicatie van het jaarboek “ Belgian Society and politics” en de organisatie van studies en colloquia richt het centrum dit nieuw initiatief mee op, een initiatief dat kan wegen op het publieke debat. Daarmee gaat de Kreveld stichting verder in op haar bestaansreden en doelstellingen.

Beide organisaties bundelden hun krachten en richtten samen een denktank op. Zo werd Metis geboren en staat het Instituut hopelijk aan de start van een lange carrière.

MetisLogo_RGB_web

 

Zeus’ schrandere eega

‘Metis’ is afkomstig uit de Griekse mythologie. Ze behoort tot het oudere Griekse pantheon en was de eerste echtgenote van Zeus. Omdat zij zeer machtige nakomelingen ter wereld zou brengen, werd Zeus bang en slokte hij haar op. Maar ze was al zwanger, en zo werd Athena uit het hoofd van Zeus geboren.

Metis staat voor schranderheid, zowel in de zin van wijsheid als van het praktische verstand, gericht op toepassingen. Nadenken en met het resultaat daarvan aan de slag gaan. Een geschikte naam voor de denktank omdat zij wil dromen en onbegrensd durven nadenken over een betere samenleving, maar ook haalbare voorstellen doen.

Metis stelt solidariteit, gelijke kansen en duurzaamheid als uitgangspunten voorop en geeft deze doelstellingen vorm door goed onderbouwde analyses en beleidsadviezen. De denktank zal aanwezig zijn in de media en fora waar het maatschappelijk debat gevoerd wordt. Via scherpe analyses ontwikkelt ze innovatieve beleidsconcepten en krachtige argumentatiekaders voor een progressieve aanpak.

Denktank met eigen smoel

Metis wil meer welvaart, meer economische groei, maar ook de baten van die welvaart toegankelijk maken voor iedereen. Ze wil een solidaire maatschappij, waarin ongelijkheid bestreden wordt. Ze wil ook kwalitatieve en duurzame groei. Voorstellen voor onze sociaaleconomische huishouding zullen aan deze criteria getoetst worden. Economische groei is nodig om de solidariteit te bestendigen en om middelen te genereren voor een snellere omschakeling naar een groene economie.

Toch staat economische groei niet steeds op de eerste plaats, maar is die verweven met alle andere doelstellingen.

Metis wil ook een overheid die marktregulerend optreedt. Metis meent dat een sociaal gecorrigeerde markteconomie niet de perfecte maar wel de beste manier is om tot een samenleving met zoveel mogelijk welvaart, vrijheid en gelijkheid te komen. Een dergelijke samenleving is in ieders belang.

Metis maakt ideologische keuzes, maar is niet doctrinair. Ideeën worden op hun verdiensten getoetst, taboes overboord gegooid. Als onafhankelijke denktank dient zij geen politieke evenwichten of machtsstructuren. Zo staat de rol van de overheid niet vast, evenmin als die van de markt. Er zijn beperkingen aan de vermarkting, maar evenzeer zijn er activiteiten die de markt efficiënter kan invullen dan de overheid.

Metis toetst haar voorstellen aan het criterium van duurzaamheid en van solidariteit. Zoveel mogelijk welvaart en geluk voor iedereen, nu en in de toekomst. Daarom zal Metis een sterk Europees model voor meer welvaart helpen uittekenen en verdedigen.

En we eindigen met Vermeylen, uit De Taak, 1945:

“De veroveringen van de techniek hebben nu de voorwaarden geschapen tot een gemakkelijker bestaan voor allen, de rede drijft naar het eindelijke doel, dat tenslotte van ethische aard is; eenieder de mogelijkheid te geven, zover zijn natuur het toelaat een “mens” te zijn, in de volledigste en edelste betekenis”

Dany Vandenbossche
Algemeen voorzitter van het Vermeylenfonds

 

2 reacties

Opgeslagen onder Activiteit, Actueel, Cultuur, Debat, Ecologie, Economie, Ethiek, Europa, Interculturalisme, Metis, Politiek, Socialisme, Vermeylenfonds

Gelukkig links

Marc Reugebrink, ‘Het geluk van de kunst’, Uitgeverij De Bezige Bij Antwerpen
ISBN: 978 908542 342 3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Om tegemoet te komen aan de behoefte van de volatiele markt van letteren, wijsbegeerte en kookvertier om consumenten van koopadvies te voorzien, dient er eerst met sterren te worden gestrooid.  Voila, *****! En nu over tot de orde van de dag.

Essays schrijven, het is een kunst waar weinig schrijvers zich aan wagen. En misschien maar goed ook. Van ’s morgens vroeg tot aan het afzetten van de kijkbuis wordt de menselijke entiteit bedolven onder een scatosancte stortvloed aan meningen en meninkjes, en de drang om te schrijven is voorwaar geen garantie voor lezenswaardige teksten. Bovendien krijg je te weinig appreciatie voor al die uit noeste arbeid ontsproten zweetparels, zo klinkt het toch. Vorig jaar nog hoorde ik Joost Zwagerman lacherig wezen bij de voorstelling van ‘Alles is gekleurd’.  Spottend met  de te verwachten belangstelling voor zijn spruit.  Dat wordt weer koppen tellen, zoiets.  Schrijvers die onverschrokken  werken  aan de uitbouw van een essayistisch oeuvre zijn dus niet dikbezaaid in dit taalgebied.

Liefhebbers van het betere essay mogen evenwel verheugd zijn dat Marc Reugebrink ons verblijdt met een nieuwe essaybundel.  In 2002 verscheen bij Meulenhoff de essaybundel  ‘De inwijkeling’, sindsdien volgden nog  drie romans. En nu is er dus ‘Het geluk van de kunst’ , een gevarieerde collectie diepgravende essays. Best wel mooi verzorgd ook, dit boek.  Doet een beetje denken aan de hoes van ‘Phosphene dream’, de laatste plaat van The Black Angels.

Schrijvers en prijzen, het is me wat. ‘Het geluk van de prijs’ roept reminiscenties op aan ‘Sisyphus’ bakens’, het vloekschrift dat Jeroen Brouwers schreef naar aanleiding van zijn weigering van de Prijs der Nederlandse Letteren van de Nederlands Taalunie, een prijs die het meer moet hebben van zijn vermeend prestige dan van het hieraan verbonden schamele geldbedrag van € 16 000. Dan schuift De Gouden Uil Literatuurprijs net iets meer.  David Pefko ging dit jaar met € 25 000 naar huis, nog steeds te weinig om een noodlijdende bank mee ter hulp te schieten, maar alla. Het is echter geen pecuniaire frustratie die Marc Reugebrink aanzette tot het  neerpennen van zijn romantische en realistische beschouwingen hieromtrent. Het is het meewarig gekrakeel achteraf dat hem hiertoe noopte.  De neoliberale vermarkting van de literatuur  heeft gezorgd voor een evolutie in de waardering van het geschreven woord.  Toeters, bellen, vlotte jongens en felle snoetjes, verkopen moet je doen. Visie? Vies, bah. Daar kan je geen taart van bakken.

In ‘De afgeschafte mens’ etaleert hij het ervaren van ‘bijna oudtestamentische’ woede en machteloosheid.  Wederom stelt hij de vraag of de strijd om de mens verder gestreden moet worden of niet.  Wellicht is zijn neiging tot combattiviteit te herleiden tot nostalgie van een ouder wordende man.  Zijn generatiegenoten worden toch rechtser met de dag. Wellicht kan hij dan toch ook maar beter capituleren, nee? Toch niet. Scherpzinnig verwoordt hij hoe de huidige contraverlichtingsgolf zich bijvoorbeeld manifesteert in de verkleutering van de politiek, of in de zoveelste opiniebijdrage van een of andere econoom van een of andere ‘neutrale’ denktank. De mens gereduceerd tot gebruiksvoorwerp voor De Markten, hoezee. Universiteiten? Leerfabrieken! Elke ochtend opnieuw stijgt de verbolgenheid bij het doornemen van dat wat graag als kwaliteitskrant wordt bestempeld. ‘I’m as mad as hell and I’m not gonna take it anymore.’  Je krijgt zowaar zin om met de schrijver mee te schreeuwen.

Op hetzelfde élan gaat hij verder in ‘Het geluk links te zijn’.  Op zoek naar het nulpunt van zijn linksheid komt hij terecht bij zijn grootvader, socialist van het eerste uur en zelfs in zijn laatste jaren een recalcitrante linkse rat. De eeuw van zijn grootvader zag de opkomst en de ondergang van het klassieke socialisme. ‘Tot op de dag van vandaag geloof ik dat de val van de Muur historisch gezien van een veel grotere betekenis is geweest dan bijvoorbeeld 9/11, waarover ook wel wordt gezegd dat het een nieuw tijdperk inluidde.’ Het wegvallen van de scheiding tussen kapitalisme en communisme betekende ook het tanen van het sociaaldemocratische ideaal ten voordele van de neoliberale moloch. ‘Nee, het gaat er veeleer om dat de toenmalige tegenstellingen een tussenpositie mogelijk maakten die aansluit bij mijn denken over individu en collectiviteit.’ De hedendaagse individualisering, pervertering van het liberalisme, is het gekende resultaat. Een mens zou voor minder heimwee krijgen.

En wat heeft ‘Het geluk van de kunst’ nog meer te bieden? Enkele essays over literatuur, ‘Some untidy spot’ over de poëzie van Zbigniew Herbert, ‘Grote gevoelens’ over het menselijk lijden in de literatuur, en ‘Het geluk van de kunst’ over het werk van Cesare Pavese. Daarnaast nog een bundeling van in De Leeswolf verschenen boekrecensies  en in ‘kwaliteitskranten’ verschenen opiniestukken. ‘Fúck de leefwereld van tiener’, geen getier uit effectbejag maar rake argumenten. ‘Signalement met een recenserend karakter’ , een uppercut aan schaamteloze broodschrijvers. Verzuurde reacties van in keurslijf gewrongen recensenten verzekerd.

Dus dat hij maar in België blijft wonen, die Marc Reugebrink.  Valse Belg of niet, zo’n authentieke stem kunnen we hier wel gebruiken om de maatschappelijke debatten te kruiden. Laat hem maar wat tegen gevoelige schenen schoppen. Schoppen in stijl, heet dat.  En heb ik de consument al behaagd? Vijf sterren! ‘De rest is rouw.’

Tom Cools

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Cultuur, Literatuur, Politiek, Socialisme