Tagarchief: vrijzinnigheid

‘Beschermers’ vrije meningsuiting kortwieken vrijzinnigheid

Open brief aan de Oost-Vlaamse provincieraad

In de nasleep van de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo waren Vlaamse politici er als de kippen bij om zich te profileren en op te werpen als beschermers van de vrije en open samenleving, de vrije meningsuiting en de idealen van de Verlichting. Daar is op zich natuurlijk niets mis mee, maar laat ons eens bekijken hoe zich de lippendienst aan die waarden en idealen vertaalt in de praktijk, op het niveau van de Oost-Vlaamse provincie. Het eerste woord dat in ons opkomt is dan: hypocriet.

Want welk besluit nam de provincieraad onlangs ten aanzien van de vrijzinnig-humanistische gemeenschap, een levensbeschouwing die altijd net deze waarden – die nu zogezegd zo zwaar onder druk staan – verdedigd en uitgedragen heeft? De provincieraad besliste op 3 september 2014 om de subsidies aan de vrijzinnige gemeenschap in Oost-Vlaanderen met een derde te verminderen, dit op voordracht van de deputatie.

Door de vrijzinnige verenigingen zonder pardon in hun portemonnee te knijpen wordt de vrijzinnigheid ernstig in haar werking beknot. We verliezen immers een derde van onze werkingsmiddelen, waarmee we lokale projecten uitbouwen en in de samenleving een verschil proberen te maken. Belangrijke projecten moeten we nu inkrimpen – waardoor zowel hun uitstraling als hun bereik zal worden gedecimeerd – en andere initiatieven zullen we noodgedwongen moeten schrappen. Hierdoor wordt de Vrijzinnige Morele Dienstverlening, zoals de wet het voorziet, in haar dienstbetoon aan de bevolking gehinderd en beperkt. Men mag hierbij niet vergeten dat de vrijzinnigheid, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Kerkfabrieken, niet kan rekenen op een belangrijke financiële ondersteuning vanwege de Steden en Gemeenten om hun tekorten aan te vullen.

Om deze maatregel te verdedigen schrok de deputatie er bovendien niet voor terug om een inhoudelijk oordeel te vellen over sommige projecten en structurele aspecten van de vrijzinnige werking. Er komt dus nog een tweede woord in ons op: onwettig. Zo’n oordeel komt namelijk enkel toe aan de Centrale Vrijzinnige Raad. Andere inmenging is wettelijk niet geoorloofd. De provincieraad of een gedeputeerde heeft zich niet uit te spreken over het inhoudelijke aspect van de vrijzinnige gedachte, om via een inhoudelijk oordeel een financiële maatregel te vorderen die de hele vrijzinnige gemeenschap treft.

Het is dus niet overdreven te stellen dat wat voor de vrijzinnig humanisten de kern en essentie van hun levensbeschouwing vormt – het kritisch denken, het respect voor de medemens en de mensenrechten, vrijheid van godsdienst en meningsuiting, vrijheid van pers en van onderzoek – nu onbeschaamd wordt aangetast door een duidelijke politiek-ideologische stellingname, onder het mom van een besparingsmaatregel. Want het resultaat van deze beslissing mag duidelijk zijn: de vrijzinnigheid kortwieken en vleugellam maken.

Een derde woord dat ons voor de geest staat in deze zaak, is discriminatie. Uit goede bron hebben we namelijk moeten vernemen dat de besparing van 30% op onze werkingsmiddelen anders wordt geïnterpreteerd als het over de erediensten gaat. In een interne nota van de deputatie werd bepaald dat de confessionele gemeenschap voor 30% eigen inkomsten moet bewijzen, wat natuurlijk een heel andere benadering is en geen mes zet in de werkingsmiddelen. Deze eigen inkomsten worden al lang door onze organisaties gerealiseerd door de budgetten als een goede huisvader te beheren. Bovendien vernamen we in een schrijven van minister Bourgeois dat twee erediensten een afwijking van deze maatregel hebben gekregen. Pure discriminatie dus!

Deze maatregel is niet alleen onwettig, maar schendt hierdoor het principe van de scheiding tussen Kerk en Staat en tast de gelijkberechtiging van de levensbeschouwingen in ernstige mate aan. Wij verwijzen hierbij graag naar de grondwet die de vrijheid van erediensten regelt én naar de Wet van 21 juni 2002 over de erkenning van de Vrijzinnigheid en de verplichting van de provincie inzake subsidiëring van de Instelling voor Morele Dienstverlening.

Aangezien wij het besluit van de provincieraad van 3 september 2014 beschouwen als een aantasting van de vrijheid van levensbeschouwing en een aanval op de vrijzinnige gemeenschap, werd er een procedure voor de Raad van State ingezet om deze maatregel nietig te verklaren.

Met vrijzinnige groeten,

Sven Jacobs, voorzitter VC Geuzenhuis; Fred Braeckman, hoofdredacteur De Geus; prof. dr. Koen Goethals, algemeen voorzitter Vermeylenfonds; Ellen Buntinx, directeur Willemsfonds; prof. dr. Johan Braeckman, voorzitter Fonds Lucien De Coninck; Christine Moulaert, voorzitter Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging Oost-Vlaanderen; Charlotte Delaruelle, voorzitter Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging Gent; Raoul Van Mol, voorzitter Gentse Grijze Geuzen; Nico Burssens, voorzitter Comité Feest Vrijzinnige Jeugd Gent; Ginette Cretel, voorzitter Feniks; Geert Boxstael, voorzitter Uitstraling Permanente Vorming afdeling Gent; Wim Taels, directeur De Cocon vzw.

1 reactie

Opgeslagen onder Activiteit, Cultuur, Ethiek, Humanisme, Vrijzinnigheid

De macht der religie

Xylagatas_2013_Mauritius_extreme_ritual

Recente bevindingen van sociologen

Onder de titel ‘Die Macht der Religion’ verschenen in bild der wissenschaft (bdw) nr. 1|2013 twee bijdragen van Rüdiger Vaas: ‘Göttliche Gesellschaften’ en ‘Gelaubige Gehirne’ [gelovige hersenen]. Ze geven een overzicht van belangrijke recente ontwikkelingen in het sociologisch, psychologisch en neurologisch onderzoek over wat mensen doet geloven. Vaas is redacteur bij bdw en bovendien auteur van enkele belangwekkende werken. In onderhavig artikel tracht ik een samenvatting te geven van de verworven inzichten op het vlak van de sociologie en politicologie. In het magazine ‘De Geus’ (september 2013) worden de psychologische en neurologische aspecten behandeld.

In zijn intro stelt Vaas: ‘“Nood leert bidden”, zegt een spreekwoord. Maar ook het omgekeerde geldt: waar veel gebeden wordt, heerst grote nood. En bovendien: het godsdienstig geloof is medeverantwoordelijk voor dit precair verband. Dit zijn slechts een paar der recente bevindingen van sociologen en psychologen.’

Geloof en inkomensverdeling

Dat de percentages gelovigen van elkaar verschillen naargelang het land en de samenleving, blijkt niet toevallig te zijn. Zo is er een betekenisvolle correlatie (cijfermatige samenhang) tussen inkomensverdeling en religiositeit: hoe groter de ongelijkheid in een land, hoe belangrijker religie voor de bevolking. Ten tweede zijn mensen met een kleiner inkomen vaker of sterker gelovig. Ten derde zijn in landen met grote inkomensverschillen de rijkere mensen naar verhouding meer godsdienstig, terwijl in de landen met meer economische nivellering de armere mensen dat zijn.

Veelzeggend is het onderzoek van de Amerikaanse statisticus Gregory Paul. Hij ontdekte dat je uit de inkomensongelijkheid kunt afleiden hoe goed (of slecht) het met een samenleving gesteld is. Er is namelijk een duidelijk verband tussen ongelijkheid enerzijds en werkloosheid, armoede, scholingsgraad, overgewicht, alcoholisme, geestesziektes, geslachtsziektes, levensverwachting, tienerzwangerschappen, vruchtafdrijvingen, drugsdelicten, zelfmoorden en het aantal gedetineerden anderzijds. Bovendien, nogmaals, hoe slechter een samenleving scoort, hoe sterker het godsdienstig geloof is; en omgekeerd, hoe sterker het geloof, hoe problematischer de samenleving. Andere onderzoekers bevestigden die bevindingen.

NB: Onder religies/godsdiensten worden niet alleen de monotheïstische verstaan, maar ook de polytheïstische. Het boeddhisme zoals het daadwerkelijk beleden wordt, is eveneens een godsdienst: Boeddha wordt aanbeden als een god, boeddhisten geloven in reïncarnatie, in het bestaan van geesten en zelfs van hellen, goden en hemelen (vooral in het Tibetaans boeddhisme).

Nog enkele belangwekkende  verbanden

Een onderzoeksteam onder leiding van Marc Bühlman (Univ. Zürich) en Wolfgang Merkel (Wissenschaftszentrum Berlin für Sozialforschung) vergeleek 30 landen ten aanzien van meer dan 100 empirische indicatoren betreffende vrijheid, gelijkheid, controle, medezeggenschap, transparantie van bestuur, mate van corruptie, enz. Besluit: democratie komt sterker tot uiting (ausgeprägt) in landen waar God een kleinere rol speelt.

De Britse godsdienstwetenschapper en bioloog Tom Rees (zie o.a. ‘Epiphenom’) vergeleek landen aan de hand van de Global Peace Index 2009. Die index is een meetgegeven dat de toestand samenvat inzake aanwezigheid van oorlog, burgeroorlog, respect voor mensenrechten, belang van wapenhandel, aantal moorden, aantal gedetineerden en graad van democratisering. Rees noteerde een positieve correlatie tussen het percentage atheïsten en de graad van vreedzaamheid, daarentegen een negatieve in de relatie met het percentage gelovigen. Meer kans dus op vreedzaam samenleven in een meer atheïstische omgeving. Bovendien ziet men in minder of niet-gelovige landen de toekomst doorgaans positiever in.

Tom Rees stelde ook vast dat in landen waar minder gebeden wordt de gezondheidstoestand van de bevolking over het algemeen beter is. Toch kan, vreemd genoeg, binnenin een land de correlatie positief zijn, dus ten voordele van de godsdienst. Deels bleek dit dan te wijten aan de manier waarop de gegevens verzameld werden – zieke en gedeprimeerde mensen leven vaak  geïsoleerd (en hadden minder kans om in het onderzoek te worden opgenomen, AC ) – en deels aan het feit dat in gelovige kringen de sociale controle meestal groter is en daardoor het druggebruik en andere negatieve factoren lager.

In die lijn toonde Chaeyoon Lim (Univ. Wisconsin-Madison) aan dat NIET de theologie of spiritualiteit van betekenis zijn voor de mate waarin mensen  tevreden zijn over hun leven [Lebenszufriedenheit],  maar wel de graad van integratie in de gemeenschap, met andere woorden , de mate waarin men vrienden en kennissen heeft, een goed sociaal netwerk.  Dankzij goede sociale contacten (inclusief een goed huwelijk) is er minder stress.

Een team onder leiding van Dan Ariely (Duke Univ. in Durham, North Carolina)  vond slechts een positief effect van religie bij diepgelovige mensen; mensen die twijfels hadden over hun geloof, bleken daarentegen minder gelukkig te zijn dan atheïsten en agnostici.  Belangrijk is ook het godsbeeld: wie gelooft dat God het goed met hem/haar voorheeft, maakt zich doorgaans minder zorgen over de toekomst, constateerde David Rosmarin (Harvard Medical School).

Ook Ed Diener (Univ. of Illinois) bevestigde het belang van sociale integratie.  Hij stelde bovendien vast dat godsdienstigheid [Religionszugehörigkeit] slechts tot het welbevinden  bijdraagt in samenlevingen (landen, streken) met moeilijke levensomstandigheden, zoals bijvoorbeeld Bangladesh, Egypte, en de staten Mississippi en Alabama.

Waar vrijzinnigen het goed stellen

Diener kon ten overvloede vaststellen dat er naar verhouding meer ongelovige mensen leven in landen en regio’s waar het goed gaat, en dat zij er zich bovendien beter voelen dan de gelovigen.

De toegenomen welvaart, bestaanszekerheid en  levenskwaliteit  in vele delen van de wereld, samen met de toegenomen scholing en de ruimere verbreiding van de Verlichtingsideeën, heeft de laatste decennia effectief geleid tot een procentuele daling van het aantal gelovigen in de meeste landen (zie o.a. Tom W. Smith, Univ. of Chicago).

Nog een belangrijke vaststelling: waar veel gebeden wordt, steunt de overheid de werklozen minder. Volgens recente studies zou er zelfs een wisselwerking bestaan tussen die twee factoren.  Zo constateerde Ceyhun Elgin (Bogazici-Univ. Istanbul) dat godsdienst sociale ongelijkheid in de hand werkt door de houding van de gelovigen ten opzichte van de fiscus.  Niemand betaalt graag belastingen, maar vooral de gelovigen niet. Zij steunen liever rechtstreeks behoeftige mensen dan af te dragen aan openbare programma’s voor welzijn.  Maar minder inkomstenbelasting betekent minder herverdeling.

Homeless

Naastenliefde.  Niet voor iedereen

Dat landen met een gelovige bevolking minder aan maatschappelijk welzijn besteden, komt omdat de meerderheid der gelovigen dat inderdaad zo wil.  Dat bleek uit het onderzoek van David Stasavage (New York Univ. ) en werd bevestigd door het onderzoek van de socioloog Daniel Stegmuller (Oxfort Univ.).  Bij zijn enquête in 16 West-Europese landen stelde Stegmuller onder meer de vraag of, en in welke mate, men het eens was met de uitspraak: ‘ De regering moet de verschillen in inkomens reduceren.’   Leden van godsdienstige gemeenschappen bleken minder achter deze uitspraak te staan dan vrijzinnigen.  Zelfde vaststelling voor de uitspraak: ‘Religie mag geen invloed hebben op de politiek.’

Stegmuller meent dat hier waarschijnlijk dezelfde beweegredenen spelen als in landen met etnisch verschillende bevolkingsgroepen:  men wil bij voorkeur het eigen volk steunen. Hij vond tevens dat bij een toenemend antagonisme tussen seculiere en religieuze groepen de aandacht voor inkomensherverdeling verzwakt.

NB: dit spoort volkomen met de vaststellingen van John Teehan (Hofstra Univ., New York,  The Evolutionary Basis of Religious Ethic,  Zygon) : religie bevordert de samenhorigheid binnen een gemeenschap – wat een evolutionair voordeel is – maar leidde tot een sterk wij-zij-onderscheid en vijandschap ten opzichte van andersdenkenden.

Ekrem Karakoç (Birmingham Univ.) en Birol Baskan (Georgetown Univ.) konden waarnemen dat  gelovigen (katholieken, orthodoxen,  moslims, hindoes, maar niet de protestanten) meer voorkeur geven aan politiekers die hun verbondenheid met hun geloof in de verf zetten en er hun beleid door laten beïnvloeden.   Opnieuw: de voorkeur voor een niet-religieuze regering vermindert naargelang de inkomensongelijkheid toeneemt, bij meer ongelijkheid is er dus minder voorkeur voor een seculiere regering.  In armere landen komt dit sterker tot uiting, waarschijnlijk omdat  de mensen er hun hoop stellen in religieuze instellingen.

De VS beschikken over veel gegevens omtrent allerlei evoluties in de loop van de laatste 50 jaar.  De welstand is inderdaad toegenomen, maar eveneens de ongelijkheid. Het aantal gelovigen is wat teruggelopen, alhoewel de percentages (begin en einde van die periode) tot de hoogste van de wereld behoren. De onderzoeksploeg van  Frederick  Solt (Southern Illinois Univ.) ontdekte dat wanneer de kloof tussen arm en rijk toenam, de belangstelling voor de godsdienst in het jaar nadien relatief minder afnam dan voordien.  Een omgekeerd effect was er echter niet: veranderingen in geloof beïnvloedden de evolutie van de  welstand noch van de inkomensverdeling.

Solt kon uit zijn onderzoek afleiden dat welstellende en invloedrijke gelovigen zich meestal NIET inzetten om een beter leven voor hun armere medeburgers mogelijk te maken, maar dat ze eerder de religie gebruiken als een soort controlemiddel om de minder geprivilegieerden ‘in toom te houden’ [in Schach zu halten].  ‘Veel welstellende mensen reageren niet op een grotere maatschappelijke ongelijkheid, waarin zij nochtans verandering zouden kunnen  brengen door herverdeling via democratische processen.  Ze nemen daarentegen een godsdienstig geloof aan en verspreiden dat onder hun armere medeburgers.’  Solt besluit:  ‘Religie doet de belangstelling voor het materiële welzijn dalen, belooft beloning in een hiernamaals.  Daardoor blijven de privilegies van de rijken behouden, evenals de voorwaarden  voor  sociale ongelijkheid.’

Een paar lessen

Religies moeten het blijkbaar duidelijk hebben van armoede en inkomensongelijkheid.  De nieuwe paus, Bergoglio,  verzorgde goed zijn imago.  Hij laat zich Franciscus noemen, vriend van de armen.  Maar hij manifesteerde zich zeker niet als vriend van de politieke linkerzijde.  De militaire junta, ultrarechts en ultra wreed, liet hij begaan.  Bergoglio  heeft dus het perfecte profiel voor zijn job: hij maakte zich bemind bij de armen, maar zette zich als slimme jezuïet af tegen wie streeft naar een rechtvaardiger samenleving –  je doodt toch niet de kip met de gouden eieren, nietwaar? Zijn strategie ‘pakt’: hij wordt uitbundig toegejuicht in gelovige kringen en krijgt een zelden geziene en blijvende aandacht in de media en bij allerlei staatslieden.

Naar aanleiding van het vermelde onderzoek moeten we ons, meen ik, in vrijzinnige en socialistische kringen afvragen of we voldoende ontmoetingsplaatsen/clubs/netwerken/centra  hebben ten behoeve van onze sympathisanten en belangstellenden, gelegenheden waar zij vriendschap en steun kunnen vinden, een soort opvolgers van de wijkclubs en de volkshuizen.   Misschien ligt hier een opdracht voor de plaatselijke afdelingen van onze mutualiteit, liefst in samenwerking met het ABVV en met het Vermeylenfonds  –  en helaas slechts in tweede instantie met de partij, omdat de A van SP.A en de nogal vreemde allianties die de partij aanging, bij velen in het verkeerde keelgat is geschoten..

Socialisme is een ander woord voor emancipatie. Emancipatie is ook loskomen van het geloof. Laten we goed voor ogen blijven houden dat het niet om ons te steunen was in de strijd voor grondige maatschappelijke hervormingen, dat in 1886 de ‘Antisocialistische Katoenwerkersbond’ (die later uitgegroeide tot het ACV) met steun van de kerk werd opgericht, nog steeds de ‘concurrent’ van het ABVV. In West-Europa situeert de macht van de kerk zich vandaag meer in haar talrijke sociale mantelorganisaties, inclusief politieke partijen, dan in haar eigen instellingen. Hetzelfde geldt stilaan voor de Islam.

Op grond van de bevindingen van de menswetenschappen mogen we fier uitkomen voor onze vrijzinnigheid en kunnen een tehuis bieden voor de talrijke sociaalvoelende mensen die hun godsdienstig geloof verloren hebben en zich willen inzetten voor de verdere vooruitgang van de mensheid, de hele mensheid.

Albert Comhaire

2 reacties

Opgeslagen onder Cultuur, Debat, Ecologie, Ethiek, Humanisme, Religie

“Een moraal zonder god. Ethiek van de complexe actualiteit” (Hoofdstukken 1-4)

“EEN MORAAL ZONDER GOD.
ETHIEK VAN DE COMPLEXE ACTUALITEIT”
door Frank Roels
U kunt nu de hoofdstukken 1 tot 4 lezen
op onderstaande link:

Hoofdstuk 1 – 4 Deel 1

I. Wat is ethiek?
II. Het verschil tussen ethiek en de feitelijke werkelijkheid
III. Hoe de waarheid kan achterhaald worden
IV. Hoe kijken we naar het nieuws?

7 reacties

Opgeslagen onder Ethiek, Frank Roels

Een moraal zonder god. Ethiek van de complexe actualiteit (hoofdstukken 8 – 9)

 Hoofddoeken voor onze tijdrekening.

Lees nu hoofdstukken 8 en 9 van “Een moraal zonder god. Ethiek van de complexe actualiteit”, door Frank Roels, op onderstaande link:

Hoofdstukken 8 en 9
VIII-Verdraagzaamheid
IX-Complexiteit en gevaar van unidimensionele beslissingen:  zes voorbeelden

8 reacties

Opgeslagen onder Ethiek, Frank Roels